




Het hart pompt bloed door het menselijk lichaam. Als het hart samentrekt, wordt bloed in de bloedvaten gepompt, met als gevolg dat deze onder druk komen te staan. Als het hart zich weer ontspant, neemt de druk in de bloedvaten weer af.
Dit proces herhaalt zich voortdurend en het aantal keren per minuut dat dit gebeurt, noemen we de hartslag. Tijdens dit proces neemt de druk in de bloedvaten dus steeds toe en weer af. De hoogste druk wordt de bovendruk genoemd en de laagste druk noemt men de onderdruk. Van een bepaalde persoon is in figuur 1 de bloeddruk uitgezet tegen de tijd.

De eenheid van bloeddruk is 'millimeter kwikdruk', afgekort mmHg . Een modernere maat voor bloeddruk is kilopascal (kPa). Het is vrij eenvoudig om mmHg om te rekenen naar kPa . Daarvoor gebruiken we dat het verband tussen kPa en mmHg recht evenredig is en dat de gemiddelde luchtdruk op aarde gelijk is aan 760 mmHg , maar ook gelijk is aan 101,325 kPa.
Stel een formule op voor het verband tussen$K, de bloeddruk in kilopascal en$H, de bloeddruk in mmHg . Rond daarbij zonodig af op twee decimalen.
Op deze pagina behandelen we vraag 15 van het centraal examen wiskunde A vwo 2022 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Bloeddruk, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: