




Voor een winkelier zijn zowel aan het bestellen van producten als aan het in voorraad houden van producten kosten verbonden. Daarom doen economen onderzoek naar een juiste balans tussen het aantal bestellingen per jaar en het aantal producten per bestelling.
In het vervolg van deze opgave gaan we uit van het algemene model waarbij we geen rekening meer houden met het feit dat$neigenlijk een geheel getal moet zijn. Dat$npositief moet zijn, blijft wel een eis.
De optimale bestelgrootte is het aantal producten per bestelling waarbij de totale jaarlijkse kosten minimaal zijn.
In formule (1) zijn$A, Ben$Vgetallen die bij een bepaald product bekend zijn.
(1)
Hierin is:
•$Kde totale jaarlijkse kosten in euro's;
•$Ahet aantal producten dat jaarlijks besteld wordt;
•$Bde bestelkosten per bestelling in euro's;
•$nhet aantal producten per bestelling;
•$Vde voorraadkosten per product per jaar in euro's.
Daarom kan de optimale bestelgrootte worden berekend door de vergelijking$\frac{\mathrm{d} K}{\mathrm{~d} n}=0op te lossen.
Hieruit volgt de zogeheten formule van Camp:
n=\sqrt{\frac{2 \cdot A \cdot B}{V}}(2)
Met deze formule van Camp kun je de optimale bestelgrootte direct berekenen als je$A, Ben$Vweet.
Laat zien dat de formule van Camp inderdaad volgt uit$\frac{\mathrm{d} K}{\mathrm{~d} n}=0.
Op deze pagina behandelen we vraag 11 van het centraal examen wiskunde A vwo 2022 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Formule van Camp, en is 4 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: