Vraag 16
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
4 punten
Open vraag

Behalve voorR=0valt het continue rendement altijd lager uit dan het werkelijke rendement. In figuur 2 wordt dit grafisch zichtbaar gemaakt door de lijn met vergelijkingC=Ren de grafiek vanC=100 \cdot \ln (1+0{,}01 R)in één figuur weer te geven.

figuur 2
figuur 2

In figuur 2 valt te zien datCenRvoor waarden dicht bij 0 nagenoeg gelijk zijn, maar voor waarden die steeds verder van 0 liggen steeds meer verschillen.

Er zijn aandelen waarvan de waarde sterk stijgt of daalt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als een aandeel voor het eerst op de beurs verhandeld wordt of als een bedrijf failliet dreigt te gaan.

Voor deze aandelen is het mogelijk dat het verschil tussen het werkelijke en het continue rendement bijvoorbeeld meer dan1 \%is. Zo kun je in figuur 2 aflezen datRenCvoorR=40ongeveer6 \%verschillen (namelijk40-33{,}6 \ldots).

Bereken met behulp van de formule voorCvoor welke waarden vanRhet verschil tussenRenCmeer dan1 \%is. Geef je antwoord in gehelen.

Op deze pagina behandelen we vraag 16 van het centraal examen wiskunde A vwo 2021 – tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Rendementen, en is 4 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden