




In de provincie Groningen vinden, als gevolg van gasproductie, regelmatig aardbevingen plaats. In 2013 is daar grootschalig onderzoek naar gedaan. Zo werd er gekeken naar het verband tussen de gasproductie en aardbevingen. Enkele resultaten daarvan staan in figuur 1. Deze figuur staat ook, vergroot, op de uitwerkbijlage. Hier zie je bijvoorbeeld dat er in 1993 zeven aardbevingen zijn geweest en er in datzelfde jaar 42 miljard kubieke meter gas is geproduceerd.

In een rapport van het Staatstoezicht op de Mijnen wordt geconstateerd dat er een duidelijk verband is tussen de magnitude en het percentage aardbevingen boven die magnitude. In figuur 3 is dat verband weergegeven.

Zo is bijvoorbeeld af te lezen dat$10 \%van de aardbevingen een magnitude boven de 1,0 heeft.
Bij deze grafiek hoort de volgende formule:
N=10^{a-M}
Hierbij is$Mde magnitude en$Nhet percentage van de aardbevingen boven magnitude$M.
Laat met een berekening zien dat geldt:$a=2.
Op deze pagina behandelen we vraag 18 van het centraal examen wiskunde A vwo 2019 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Groningse aardbevingen, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: