Vraag 20
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
3 punten
Open vraag

Ook in andere jaren is er onderzoek gedaan naar de waardering van bankbiljetten. In de rest van deze opgave gaan we ervan uit dat alle onderzoeken naar de waardering van de bankbiljetten representatief zijn voor Nederlanders.

Om de waardering van de bankbiljetten te meten, gebruikt men de volgende formule om het percentage 'mooi'\left(P_{\text{mooi}}\right)te berekenen:

P_{\text{mooi}}=\frac{\text{ aantal 'erg mooi' }+\text{ aantal 'tamelijk mooi' }+0{,}5\times\text{ aantal 'niet mooi, niet lelijk' }}{\text{ totaal aantal deelnemers }-\text{ aantal 'geen waardering gegeven' }}\cdot100

In deze formule staat bijvoorbeeld aantal 'erg mooi' voor het aantal onderzoeksdeelnemers dat aangeeft de bankbiljetten 'erg mooi' te vinden.

In 2002 wasP_{\text{mooi}}gelijk aan65. Met de gegevens in de figuur over het onderzoek onder de 1003 deelnemers in 2023 en de formule kunnen we nuP_{\text{mooi}}in 2023 en in 2002 vergelijken.


Stel dat een aantal van de onderzoeksdeelnemers die geen waardering hebben gegeven voor de bankbiljetten, bij een heroverweging toch beslissen de bankbiljetten 'tamelijk lelijk' te vinden, en dat de overige deelnemers bij hun standpunt blijven. Dan zal de waardering van de bankbiljetten afnemen.

Beredeneer, zonder gebruik te maken van getallenvoorbeelden, datP_{\text{mooi}}volgens de formule in dit geval inderdaad afneemt.

Bijbehorende onderwerpen

Op deze pagina behandelen we vraag 20 van het centraal examen wiskunde A havo 2025 tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Eurobankbiljetten, en is 3 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden

De onderwerpen bij deze vraag zijn:

  • Redeneren met formules