In deze opgave bekijken we een wiskundig model van een sprint over 100 meter hardlopen. In dit model gaan we uit van 2 fases:
•fase I: zo snel mogelijk op topsnelheid komen;
•fase II: de topsnelheid vasthouden tot het einde van de sprint.
Van een bepaalde topatleet staat in figuur 1 de afgelegde afstand$Ain meter uitgezet tegen de tijd$tin seconden.

Deze atleet legt zijn sprint inseconden af. Naseconden bereikt hij zijn topsnelheid; dan heeft hij almeter afgelegd.

