Waterdiepte werd vroeger vanaf een schip gemeten met behulp van een lang touw met een stuk lood aan het uiteinde. Het lood werd aan het touw het water ingelaten. Lood is zwaar, dus het zinkt. Wanneer het lood de bodem raakte, werd het touw uit het water gehaald. Daarna werd het deel gemeten dat onder water was geweest. Dit deed de schipper door telkens een deel van het touw tussen uitgestrekte handen te pakken. Zie figuur 1. Het aantal keer dat dat kon, was de diepte in vadem. Deze oude lengtemaat geeft dus de spanwijdte aan van de armen van een volwassen man. Omdat het een onnauwkeurige manier van meten is, is deze lengte later precies vastgelegd:1\text{ vadem}1111111111is gelijk aan6\text{ voet}6666666666. Een voet is even lang als12\text{ inch}12121212121212121212 en een inch is25{,}4~\text{mm}25{,}4~25{,}4~25{,}4~25{,}4~25{,}4~25{,}4~25{,}4~25{,}4~25{,}4~25{,}4~25{,}4~m25{,}4~mm254~mm$25{,}4 \mathrm{~mm}.


