Vraag 12
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
5 punten
Open vraag

Meer personen leveren een grotere gezamenlijke kracht, maar maken de kajak ook zwaarder. Toch wordt er door meer personen sneller gevaren. Natuurkundig is te beredeneren dat er bij benadering het volgende verband bestaat:

V=c \cdot N^{\frac{1}{9}}

Hierin isVde gemiddelde snelheid in\text{m/s},\,ceen constant getal dat afhangt van het type kajak en de omstandigheden waarin gevaren wordt enNhet aantal personen in de boot. Ook is bekend dat:

V=\frac{afstand}{tijd}\,\left(\text{met }afstand\text{ in m en }tijd\text{ in s}\right)

We gaan ervan uit datVtijdens een wedstrijd constant is. Je kunt dan met de drie winnende tijden in de tabel nagaan dat dit verband tussenVenNbij benadering klopt.


In de rest van deze opgave gaan we uit van een bepaald type kajak en bepaalde omstandigheden zodat geldtc=4{,}4, dus:

V=4{,}4\cdot N^{\frac{1}{9}}

Deze formule is te herleiden tot een formule van de vormN=a \cdot V^{b}.


Wanneer één persoon vaart met dit type kajak, geeft dat een bepaalde gemiddelde snelheid. Er zouden heel wat personen in ditzelfde type kajak nodig zijn om die gemiddelde snelheid met minstens25 \%te verhogen.

Bereken hoeveel personen daarvoor minimaal nodig zijn.

Bijbehorende onderwerpen

Op deze pagina behandelen we vraag 12 van het centraal examen wiskunde A havo 2022 – tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Kajak, en is 5 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden

De onderwerpen bij deze vraag zijn:

  • Vergelijking oplossen