De ambulancezorg is in Nederland per regio georganiseerd. Er zijnregio's.
Elke regio heeft zijn eigen Regionale Ambulancevoorziening (RAV). Elke RAV beschikt over een aantal ambulances en een meldkamer.

Wanneer er een melding bij de meldkamer binnenkomt, moet men de mate van urgentie van de melding vaststellen en zorgen voor de inzet van een ambulance: een ambulancerit. De mate van urgentie kan zijn:
•Hoge urgentie: de benodigde zorg is spoedeisend en er is sprake van direct levensgevaar voor de patiënt. We noemen dit een A1-rit.
•Lage urgentie: de benodigde zorg is spoedeisend, maar er is geen direct levensgevaar voor de patiënt. We noemen dit een A2-rit.
•Geen urgentie: de benodigde zorg is niet spoedeisend. We noemen dit een B-rit.
De responstijd is de tijd tussen het aannemen van de telefoon in de meldkamer en de aankomst van de ambulance bij de patiënt.
In een rapport over de ambulancezorg in Nederland spelen de volgende vier statistische variabelen een rol:
•regio
•mate van urgentie (van een melding bij de meldkamer)
•aantal ambulanceritten (per jaar per regio)
•responstijd (van een ambulancerit)



