Teken de structuurformule van de volgende stoffen
1.propaan-1,2,3-triol (glycerol)
2.2-methoxybutan-1-ol
3.fenoxybenzeen
4.propaan-2-ol
5.cyclopentanol
6.1,2dimethoxybenzeen


Thijs BrouwerTeken de structuurformule van de volgende stoffen
1.propaan-1,2,3-triol (glycerol)
2.2-methoxybutan-1-ol
3.fenoxybenzeen
4.propaan-2-ol
5.cyclopentanol
6.1,2dimethoxybenzeen
Karakteristieke groepen komen voor wanneer een waterstofatoom in een koolwaterstof wordt vervangen door een ander atoom of door een groep van atomen. Hieronder vind je de belangrijkste karakteristieke groepen waar we het vandaag over gaan hebben:
1.Halogeenverbindingen
2.Alkanolen of Alcoholen
3.Alkaanzuren
4.Alkaanamine
Een halogeenverbinding ontstaat wanneer een waterstofatoom in een koolwaterstof wordt vervangen door fluor (F), chloor (Cl), broom (Br) of jood (I). De systematische naamgeving blijft hetzelfde: het aantal koolstofatomen in de langste keten bepaalt de stamnaam.
Voorbeeld:
Een molecuul met drie koolstofatomen (propaan) en een fluoratoom op het tweede koolstofatoom heet 2-fluorpropaan.
Een molecuul met twee koolstofatomen (ethaan) en drie chlooratomen genaamd 1,1,2-trichloorethaan.

Alkanolen bevatten een OH-groep. De naam van het molecuul krijgt de uitgang -ol.
Voorbeeld:
5 koolstofatomen met een OH-groep op het derde koolstofatoom heet pentaan-3-ol.
3 koolstofatomen en drie OH-groepen op de eerste, tweede en derde koolstofatomen heet propaan-1,2,3-triol, ook bekend als glycerol.
Alkaanzuren bevatten een COOH-groep aan het einde van de koolstofketen. De naam van het molecuul krijgt de uitgang -zuur.
Voorbeeld:
4 koolstofatomen met een COOH-groep noemen we butaanzuur.
3 koolstofatomen met COOH-groepen aan beide uiteinden noemen we propandizuur.
Opmerking: Bij verschillende karakteristieke groepen, volgt de naamgeving een hiërarchie (zie tabel 1).
Tabel 1: Hiërarchie van functionele groepen
Rang | Groep | Voorvoegsel | Achtervoegsel |
|---|---|---|---|
1 | Zuren (COOH) | - | -zuur |
2 | Alcoholen (OH) | Hydroxy- | -ol |
3 | Amines (NH2) | Amino- | -amine |
Alkaanamines bevatten een NH2-groep. Als de NH2-groep de hoofdgroep is, krijgt de naam de uitgang -amine.
Voorbeeld:
Een molecuul met één koolstofatoom en een NH2-groep heet methaanamine.
Een molecuul met drie koolstofatomen en een NH2-groep op het tweede koolstofatoom heet propaan-2-amine.
Hiërarchie van karakteristieke groepenBij meerdere karakteristieke groepen kijk je eerst naar de groep met de hoogste prioriteit. Voor deze groep gebruik je het achtervoegsel. Voor de groep met de lagere prioriteit gebruik je het voorvoegsel.
Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!
Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.
Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.







