Een voorbeeld van een juiste toelichting is:
•De piekoppervlaktes in deze chromatogrammen zijn een (relatieve) maat voor de concentratie van de stoffen$Xen$Yin de monsters. / voor de (chemische) hoeveelheid van de stoffen$Xen$Yin de monsters.
•De piekoppervlakte is evenredig met de hoeveelheid/concentratie van de stoffen$Xen$Yin het (ingespoten) monster.
Voorbeelden van een juist argument zijn:
•Het piekoppervlak van stof X in het monster van de niet-gecastreerde katers (NGK) is veel hoger dan het piekoppervlak van stof X bij de andere groepen. Bij stof Y is dat verschil in piekoppervlak niet zo groot. (Stof X heeft dus een grotere invloed, dan stof Y .)
•Het piekoppervlak van stof X bij niet-gecastreerde katers (NGK) is rond de$700(\cdot 10^{5}). Het piekoppervlak van stof Y bij NGK is ongeveer$12(\cdot 10^{5}). Dat is meer dan$50 \timesminder. (Stof X ruikt ook nog eens sterker dan stof Y. Stof X heeft dus een grotere invloed.)
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt: