Een voorbeeld van een juist antwoord is:
(De laatste drie aminozuureenheden in een molecuul cauxine zijn$\simIVP, en in een molecuul 'normale' carboxyl-esterase zijn dat$\simDEL. De restgroepen in$\simIVP bevatten alleen apolaire C -C en C -H-bindingen.) De restgroepen in$\simDEL / De restgroepen van D en E bevatten COOH-groepen / bevatten carboxylgroepen / bevatten OH-groepen / bevatten groepen die waterstofbruggen kunnen vormen / bevatten polaire groepen. Deze groepen zijn meer hydrofiel dan de restgroepen in cauxine. De laatste drie aminozuureenheden in een molecuul cauxine zijn dus minder hydrofiel dan het uiteinde in een molecuul 'normale' carboxyl-esterase.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
Opmerkingen
•Als een onjuist antwoord op vraag 22 het consequente gevolg is van een onjuist antwoord op vraag 21, dit antwoord op vraag 22 goed rekenen.
•Als een juist antwoord is beredeneerd vanuit de restgroepen van ~IVP in plaats van die van$\simDEL, dit antwoord goed rekenen.