Voorbeelden van een juist antwoord zijn:
•Filtreren. Dit is mogelijk door het verschil in (water)oplosbaarheid van cyaanamide$/\mathrm{CH}_{2} \mathrm{~N}_{2}en$\mathrm{CaCO}_{3}/ stof X.$\mathrm{CaCO}_{3}/ stof X lost niet/slecht op (in water en zal dus als residu achterblijven).
•Centrifugeren/bezinken en afgieten. Cyaanamide$/\mathrm{CH}_{2} \mathrm{~N}_{2}is een (water)oplosbare verbinding en$\mathrm{CaCO}_{3}/stof X is niet/slecht oplosbaar (in water).
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
•Filtreren. De deeltjesgrootte van stof X is groter dan die van cyaanamide (waardoor stof X in het filter achterblijft).
•Filtreren. Stof X is een vaste stof en cyaanamide is geen vaste stof (waardoor stof X in het filter achterblijft).
•Destilleren. Het kookpunt van stof X is hoger dan dat van cyaanamide.
Opmerking
Het volgende antwoord goed rekenen:
Filtreren. Stof$Xis een vaste stof en cyaanamide lost op (in water).