Voorbeelden van een juiste vergelijking zijn:
$3 \mathrm{Br}^{-}+2 \mathrm{H}^{+} \rightarrow \mathrm{Br}_{3}^{-}+\mathrm{H}_{2}
of
$3 \mathrm{Br}^{-} \rightarrow \mathrm{Br}_{3}^{-}+2 \mathrm{e}^{-}
2\mathrm{H}^{+}+2\mathrm{e}^{-}\rightarrow\mathrm{H}_2
-----------+
$3 \mathrm{Br}^{-}+2 \mathrm{H}^{+} \rightarrow \mathrm{Br}_{3}^{-}+\mathrm{H}_{2}
Voorbeelden van een juiste uitleg zijn:
•Per drie omgezette\mathrm{Br}^{-}\text{-ionen}worden twee\mathrm{H}^{+}\text{-ionen}omgezet. Er blijft dus één\mathrm{H}^{+}\text{-ion}over per drie\mathrm{Br}^{-}\text{-ionen}.
•De waterstofbromide-oplossing bevat evenveel\mathrm{H}^{+}\text{-ionen}als\mathrm{Br}^{-}\text{-ionen}.$\mathrm{H}^{+}blijft over omdat er meer \mathrm{Br}^{-}\text{-ionen}worden omgezet.
•In de waterstofbromide-oplossing komen\mathrm{H}^{+}\text{-ionen}en\mathrm{Br}^{-}\text{-ionen}voor in de verhouding$1: 1. Volgens de vergelijking van de totale reactie reageren\mathrm{H}^{+}\text{-ionen}en\mathrm{Br}^{-}\text{-ionen}in de verhouding 2 : 3. (Dus blijven\mathrm{H}^{+}\text{-ionen}uit de waterstofbromide-oplossing over.) - Er ontstaat$\mathrm{Br}_{3}{ }^{-}. Er ontstaan geen andere ionen, dus er moet per ontstaan\mathrm{Br}_3{ }^{-}\text{-ion}ook nog1\ \mathrm{H}^{+}\text{-ion}overblijven.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt: