Vul de woorden voor de zin in met de juiste leestekens:
Leerdoelen
•Je kunt op het juiste moment een trema gebruiken.
•Je kunt op het juiste moment een koppelteken gebruiken.
•Je kunt op het juiste moment een apostrof gebruiken.
•Je kunt op het juiste moment accenttekens gebruiken.
•Je kunt op het juiste moment een cedille gebruiken.
Nut van leestekens
Leestekens zijn belangrijk voor de leesbaarheid van een tekst en helpen uitspraakproblemen te voorkomen. De leestekens die we vandaag bespreken hebben voornamelijk te maken met het voorkomen van deze uitspraakproblemen.
Het trema
Een trema wordt gebruikt om te voorkomen dat twee klinkers als één klank worden uitgesproken. Het trema bestaat uit twee puntjes op een klinker en komt voor in sommige leenwoorden.
Voorbeelden:
•kopiëren
•reünie
•financiële
Je gebruikt geen trema bij woorden zoals beantwoorden of financieel, omdat er geen uitspraakproblemen zijn.
Bij leenwoorden zoals döner (met trema, om verwarring met 'donor' te voorkomen) of glühwein zie je hoe het trema een andere uitspraak vereist. In het Duits wordt dat trema ook wel de umlaut genoemd.
Het koppelteken
Een koppelteken gebruik je bij samenstellingen als er sprake is van een klinkerbotsing, afkorting of voorvoegsel. Door het koppelteken te gebruiken, voorkom je uitspraakproblemen.
Voorbeelden:
•auto-onderdelen
•wc-bril
•ex-minister
De apostrof
Een apostrof lijkt op een aanhalingsteken, maar komt alleen voor. Het wordt gebruikt in verschillende situaties:
•Na een klinker voor meervouden: wanneer er een "s" volgt op een a, i, o, u, of y, zoals in cavia's, foto's, menu's, en baby's, gebruik je een apostrof om het meervoud te vormen.
•Meervouden van afkortingen: bij afkortingen zoals wc's en A4'tje wordt een apostrof gebruikt om het meervoud aan te duiden.
•Weglatingsteken: de apostrof fungeert als weglatingsteken, bijvoorbeeld in 's avonds, wat komt van des avonds (waarbij de "d" en "e" worden weggelaten).
•Bezitsvormen van namen die eindigen op een "s": bij bezitsvormen van namen die eindigen op een "s", zoals Klaas, gebruik je een apostrof om de bezitsvorm aan te geven: Klaas' vriend. Dit geeft aan dat de vriend van Klaas is, zonder een extra "s" toe te voegen.
•Verkleinwoorden die eindigen op een "i": bij verkleinwoorden die eindigen op een "i", zoals baby, gebruik je een apostrof om de verkleinvorm te maken: baby'tje.
Let op: bij sommige woorden zoals Gameboytje wordt geen apostrof gebruikt omdat er geen uitspraakproblemen zijn.
Accenttekens
Er zijn drie belangrijke accenttekens die voornamelijk uit het Frans zijn overgenomen:
•Accent aigu: dit accent maakt de e langer en komt onder andere voor in saté en passé. Ook kan het worden gebruikt voor klemtoon in zinnen.
•Accent grave: dit accent staat naar links. Voorbeelden zijn carrière en vijgencrème, en dit accent duidt vaak een korte e aan. Dit accent wordt ook gebruikt op de a, zoals: "twee à drie lepels suiker".
•Accent circonflexe: het dakje boven de e zie je in woorden zoals crêpe en moment suprême.
Cedille
De cedille gebruik je om de c als een s te laten klinken (terwijl die normaal gesproken als k zou klinken) wanneer deze voor een a, o of u staat. Voorbeeld:
•reçu (schriftelijk bewijs).
•remplaçant













