Leg uit wat klinkerbotsing is en geef twee voorbeelden van samenstellingen waarbij je een koppelteken gebruikt om klinkerbotsing te voorkomen.
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een samenstelling is.
•Je kunt uitleggen wat een koppelteken is.
•Je kunt de verschillende soorten samenstellingen opnoemen.
•Je kunt verschillende samenstellingen spellen.
Wat zijn samenstellingen?
Een samenstelling ontstaat wanneer je twee of meer woorden samenvoegt tot een nieuw woord. Bijvoorbeeld:
1.Klapstoel: "klap" + "stoel".
2.Klapstoelongeluk: "klapstoel" + "ongeluk".
Samenstellingen worden in het Nederlands zoveel mogelijk aan elkaar geschreven. Let dus goed op dat je in het Nederlands geen onnodige spaties gebruikt, om fouten te voorkomen.
•Correct: klapstoel, zonnebril, langetermijndoelen
•Incorrect: klap stoel, zonne bril, lange termijn doelen
Soorten samenstellingen
Samenstellingen met zelfstandige naamwoorden
Bij deze samenstellingen worden zelfstandige naamwoorden gecombineerd:
•Rugzaktoerisme: "rugzak" + "toerisme".
•Kinderopvangtoeslagaffaire: een combinatie van vier zelfstandige naamwoorden.
Samenstellingen met bijvoeglijke naamwoorden
Hier beginnen samenstellingen met een bijvoeglijk naamwoord:
•Supertof: "super" + "tof".
•Langeafstandsloper: “lange” + "afstandsloper".
Samenstellingen met afkortingen
Bij afkortingen hangt het gebruik van een koppelteken af van hoe je de afkorting uitspreekt:
•Tv-programma: een koppelteken, omdat je "tv" als losse letters uitspreekt.
•Ledlamp: geen koppelteken, omdat je "led" als een woord uitspreekt.
Samenstellingen met cijfers
Hier heb je twee opties: een koppelteken of een spatie:
•1-aprilgrap of 1 aprilgrap. Beide zijn correct.
•3-havoleerling of 3 havoleerling.
Samenstellingen met woordgroepen
Bij een woordgroep gebruik je koppeltekens:
•2-onder-1-kapwoning.
•Winst-en-verliesrekening.
Samenstellingen met gelijkwaardige delen
Als de delen even belangrijk zijn, gebruik je een koppelteken:
•Café-restauranthouder.
•Zwart-witfoto.
Samenstellingen met namen
Deze mogen aan elkaar geschreven worden, tenzij het eerste deel van de samenstelling van zichzelf al uit een woordgroep met een spatie bestaat. Bijvoorbeeld: Tweede Kamer + lid.
•Bunqrekening.
•TikTokfilmpje
•Tweede Kamerlid
Samenstellingen met werkwoorden
Werkwoorden kunnen ook samenstellingen vormen:
•Tekortkomen: "tekort" + "komen".
•Gebruikmaken: "gebruik" + "maken".
Klinkerbotsing en het gebruik van koppeltekens.
In samenstellingen kunnen klinkerbotsingen voorkomen bij specifieke combinaties van klinkers. Bij de klinkercombinaties AO, EA, EO, IO, OE, UI, YI, YU én wanneer het eerste deel van de samenstelling eindigt op een i-klank, is er geen klinkerbotsing. In andere gevallen kunnen er uitspraakproblemen ontstaan doordat klinkers naast elkaar komen te staan. Dit noem je klinkerbotsing. Om dit te voorkomen, gebruik je een koppelteken:
•Placebo-effect: om te voorkomen dat je "placeboeffect" als één klank leest.
•Radio-uitzending: een koppelteken om uitspraakproblemen te vermijden.
Tussenletters in samenstellingen
Soms voeg je extra letters toe om de samenstelling goed uit te spreken:
Tussenletter S
Als je een S hoort, schrijf je die ook:
•Weersverwachting: "weer" + "verwachting".
•Stationsstraat: hier schrijf je ook een S, ondanks dat het tweede deel met een S begint.
Tussenletters E en EN
Gebruik van tussenletters E en EN:
Gebruik E als:
•Het eerste deel geen meervoud heeft of verwijst naar iets waarvan er maar één is (bijv. gerstenat of zonnesteek).
•Het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat zowel een meervoud op -en als op -s kan hebben (bijvoorbeeld 'gedachte' in 'gedachtewisseling').
•Het eerste deel geen zelfstandig naamwoord is of een bijvoeglijk naamwoord versterkt (bijv. brekebeen en beregoed).
Gebruik EN als:
•Het eerste deel alleen een meervoud op EN heeft (bijv. berenvel).
Wat is de Engelse ziekte?
De Engelse ziekte verwijst naar het foutief gebruik van spaties in samenstellingen. Dit komt doordat in het Engels vaak wél spaties worden gebruikt. In het Nederlands schrijf je samenstellingen zoveel mogelijk aan elkaar of gebruik je een koppelteken.













