Wat is het verschil tussen een feitelijk argument en een waarderend argument? Geef een voorbeeld van elk type argument dat je zou kunnen gebruiken in een betoog over een schoolbibliotheek.
Leerdoelen
•Je kunt benoemen wat de belangrijkste tekstsoorten zijn.
•Je kunt de belangrijkste aandachtspunten benoemen en toepassen bij het schrijven van deze teksten.
Zakelijke brief of e-mail
Tekstdoel: informeren.
Titel: zet het onderwerp boven je tekst, bijvoorbeeld "Assortiment schoolkantine".
Inleiding:
•Benoem de aanleiding.
•Leg uit wie je bent en waarom je dit schrijft.
Middenstuk:
•Geef de daadwerkelijke informatie.
•Wees duidelijk of je informatie wilt krijgen of geven.
Slot:
•Vraag om een terugkoppeling.
•Spreek je wens en verwachting uit over het antwoord.
Verslag
Tekstdoel: informeren.
Titel: benoem het onderwerp van je verslag pakkend en nieuwsgierigmakend.
Inleiding:
•Introduceer je onderwerp door wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe te beantwoorden.
Middenstuk:
•Beschrijf de gebeurtenissen in chronologische volgorde.
Slot:
•Vat alles nog eens samen.
•Geef eventueel je mening als dat gevraagd wordt.
Overtuigende tekst
Tekstdoel: overtuigen.
Titel: laat je mening al doorschemeren in de titel.
Inleiding:
•Trek de aandacht van de lezer.
•Introduceer het onderwerp en geef je mening of stelling.
Middenstuk:
•Gebruik de SExI-methode:
•State: formuleer je argument.
•Explain: leg uit waarom het argument geldig is.
•Illustrate: geef een voorbeeld.
Slot:
•Vat je argumenten samen en trek een conclusie.
•Voeg een pakkende zin toe.
Interview
Tekstdoel: informeren.
Titel: gebruik een interessant citaat van de geïnterviewde. Inleiding:
•Begin met een prikkelende zin.
•Vertel wie je hebt geïnterviewd, waarover en waarom.
Middenstuk:
•Zet de vragen vet of cursief gevolgd door de antwoorden tussen aanhalingstekens.
Slot:
•Schrijf een samenvattende reflectie met je eigen mening.
Recensie
Tekstdoel: informeren, opiniëren, overtuigen of activeren.
Titel: geeft het onderwerp aan en maakt nieuwsgierig.
Inleiding:
•Trek de aandacht en benoem het onderwerp dat je recenseert.
Middenstuk:
•Bespreek deelaspecten (aan de hand van SExI) en gebruik beoordelingswoorden.
Slot:
•Geef een conclusie over het onderwerp.
•Doe een aanbeveling om wel of niet te lezen, zien etc.
Reclame
Tekstdoel: activeren.
Kenmerken:
•De belangrijkste informatie: wie, wat, waar, wanneer en waarom moet duidelijk zijn.
•Tekst en beeld moeten elkaar versterken en de belangrijkste informatie duidelijk maken.
•Houd het kort en krachtig en zorg voor een aantrekkelijk uiterlijk.
Inhoud en doelgroep
Bedenk wat je tekstdoel is (informeren, activeren, overtuigen) en wie je doelgroep is. Een doelgroep kan gebaseerd zijn op leeftijd, gender, werk, hobby's, etc. (dit is je publiek). Dit heeft invloed op je:
•Taalgebruik: tutoyeren (je/jij gebruiken) of vousvoyeren (u gebruiken)? Moeilijke of eenvoudige woorden?
•Zinsbouw: korte of lange zinnen?
•Toon: enthousiast of zakelijk?
•Lay-out: veel of weinig kleur? Prikkelend of neutraal?













