Poëzie en fictie

Poëzie en fictie

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 16:43
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Open vraag

Wat wordt er bedoeld met fictie?

Samenvatting

Leerdoelen

Je kent de belangrijkste begrippen rondom poëzie en fictie.

Wat is fictie?

Fictie betekent dat de verhalen verzonnen zijn, in tegenstelling tot non-fictie, waarbij verhalen echt gebeurd zijn. Veel verhalen bij het vak Nederlands vallen onder fictie. Elementen van het verhaal zijn vaak verzonnen, hoewel ze soms gebaseerd kunnen zijn op waargebeurde verhalen of realistische situaties.

Belangrijke begrippen van fictie

Thema

Het thema is het belangrijkste onderwerp van het verhaal en hangt vaak samen met het centrale probleem. Je vindt het thema vaak door eerst het centrale probleem te bepalen.

Voorbeelden van thema's: vriendschap, liefde, verraad, oorlog, pesten.

Spanning

Schrijvers voegen spanning toe om het verhaal boeiend te maken.

Manieren om spanning te creëren: onverwachte wendingen, een raadsel, een conflict, een bepaalde sfeer.

Ruimte

De ruimte (plaats of decor) is waar het verhaal zich afspeelt. De beschrijving van de ruimte kan ook bijdragen aan het creëren van spanning of sfeer.

Voorbeelden: een oud vervallen huis of een bepaald landschap.

Tijd

De tijd kan verwijzen naar een historische periode of toekomst.

Tijdstechnieken: chronologie, flashbacks, flashforwards.

Twee begrippen die je makkelijk door elkaar kunt halen zijn de verteltijd en de vertelde tijd.

1.De verteltijd is de tijd die je nodig hebt om het verhaal te lezen (bijvoorbeeld 30 minuten).

2.De vertelde tijd is de tijdsperiode die het verhaal beslaat (bijvoorbeeld 30 jaar).

Personages

Personages kun je onder andere onderverdelen in hoofd- en bijfiguren.

Hoofdfiguren (round characters): maken een ontwikkeling door.

Bijfiguren (flat characters): veranderen niet of nauwelijks.

Daarnaast kennen we ook nog de helden en de antihelden. De helden hebben positieve eigenschappen en de antihelden hebben juist weerzinwekkende eigenschappen.

Perspectief

De bril waar je door kijkt. Het perspectief heeft invloed op hoeveel je je kunt identificeren met personages.

We kennen verschillende perspectieven:

Ik-perspectief: verhaal door de ogen van een ik-figuur.

Personale perspectief: verhaal door de ogen van hij/zij.

Auctoriale perspectief: alwetende verteller. In dit perspectief weet de verteller meer dan de lezer en kan de verteller ook commentaar geven.

Wat is poëzie?

Poëzie omvat meer dan alleen rijm, maar rijm is wel een belangrijk onderdeel van poëzie.

Belangrijke begrippen van poëzie

We zullen vijf rijmvormen behandelen aan de hand van het gedicht "Vera Janacopoulos" geschreven door Jan Engelman.

Gedicht: Vera Janacopoulos, cantilene

Ambrosia, wat vloeit mij aan? (A) uw schedelveld is koeler maan (A) en alle appels blozen (B)

de klankgazelle die ik vond (C) hoe zoete zoele kindermond (C) van zeeschuim en van rozen (B)

o muze in het morgenlicht (D) o minnares en slank gedicht (D) er is een god verscholen (E)

violen vlagen op het mos (F) elysium, de vlinders los (F) en duizendjarig dolen (E)

Gepaard rijm

Twee opeenvolgende regels rijmen op elkaar.

Voorbeeld: aan – maan, vond – mond.

Omarmend rijm

De regels die rijmen staan niet direct na elkaar, maar er zijn zinnen tussen geplaatst. Zij ‘omarmen’ de zinnen die ertussen staan.

Voorbeeld: blozen – rozen, verscholen – dolen.

Gekruist rijm

De regels rijmen om en om.

Om gekruist rijm goed te kunnen laten zien moeten we het gedicht een beetje aanpassen:

en alle appels blozen de klankgazelle die ik vond

van zeeschuim en van rozen hoe zoete zoele kindermond

Voorbeeld: blozen – rozen, vond – mond.

Rijmschema's

Om deze vormen van rijm te ontdekken kun je rijmschema's gebruiken. Deze ontstaan wanneer je dezelfde letters achter de rijmende zinnen zet. De letters achter het voorbeeld gedicht vormen dus het rijmschema van dit gedicht.

Binnenrijm

Twee soorten binnenrijm zijn alliteratie en assonantie.

Alliteratie

Beginletters (meestal medeklinkers) van opeenvolgende woorden zijn hetzelfde.

Voorbeeld: zoete – zoele, violen – vlaag.

Assonantie

Klinkers binnen woorden rijmen op elkaar.

Voorbeeld: zoete – zoele.

Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo
Cookies
Meer uitleg

Om deze website goed te laten werken plaatsen we functionele cookies. We plaatsen analytische cookies om te bepalen welke onderdelen van de website het meest interessant zijn voor bezoekers. We plaatsen marketing cookies om de effectiviteit van onze campagnes te kunnen meten.