Wat is een beknopte bijzin?
Leerdoelen
•Je kunt een beknopte bijzin herkennen.
•Je kunt een foutieve beknopte bijzin herkennen en corrigeren.
Wat is een beknopte bijzin?
Een beknopte bijzin is een zin waarin de persoonsvorm en het onderwerp ontbreken, en waarvan het veronderstelde onderwerp hetzelfde moet zijn als dat van de hoofdzin.
Hoe kun je een beknopte bijzin maken?
Er zijn drie manieren om een beknopte bijzin te vormen:
1. Met een onvoltooid deelwoord
Een onvoltooid deelwoord geeft aan dat de handeling nog bezig is. Je maakt het door het hele werkwoord te nemen en daar -d of -de aan te plakken.
Voorbeeld: Staand achter de katheder, vroeg de voorzitter om stilte. De beknopte bijzin is hier Staand achter de katheder. Er is geen onderwerp en geen persoonsvorm. In de hoofdzin zien we het onderwerp: de voorzitter. Hij is degene die achter de katheder stond, dus de zin klopt.
2. Met een voltooid deelwoord
Een voltooid deelwoord geeft een afgesloten handeling weer. Vaak begint het met ge-, be- of ver-.
Voorbeeld: Gevangen in sombere gedachten schreef Piet Paaltjes snikken en grimlachjes. De hoofdzin laat zien dat Piet Paaltjes schreef. Hij is ook degene die gevangen was in gedachten, dus de beknopte bijzin klopt.
3. Met te + infinitief
Een infinitief is het hele werkwoord. Samen met ‘te’ kan het een beknopte bijzin vormen.
Voorbeeld: Na hard op de rem te zijn gaan staan, miste de automobilist de voetganger. De hoofdzin laat zien dat de automobilist iemand is die miste. Hij is ook degene die op de rem stond, dus de zin klopt.
Wanneer wordt een beknopte bijzin foutief?
Een foutieve beknopte bijzin ontstaat wanneer het veronderstelde onderwerp van de bijzin niet hetzelfde is als het onderwerp van de hoofdzin. Dan klopt de zin niet meer.
Voorbeeld 1: met een voltooid deelwoord
Fout: Tegen de vangrail gecrasht moesten de brandweerlieden de bestuurder uit zijn auto zagen. De hoofdzin zegt dat de brandweerlieden moesten zagen. Maar zij waren niet tegen de vangrail gecrasht.
Verbetering: Nadat de auto tegen de vangrail was gecrasht, moesten de brandweerlieden de bestuurder uit zijn auto zagen.
Voorbeeld 2: met te + infinitief
Fout: Na hard op de rem te zijn gaan staan, stopte de auto vlak voor de voetganger. De hoofdzin heeft als onderwerp de auto. Maar een auto kan niet zelf op de rem gaan staan.
Verbetering: Nadat de bestuurder hard op de rem was gaan staan, stopte de auto vlak voor de voetganger.
Voorbeeld 3: met een onvoltooid deelwoord
Fout: Over de heg spiedend viel er een zware tak op het hoofd van een buurvrouw. Volgens de hoofdzin is de zware tak het onderwerp, maar die kan natuurlijk niet spieden.
Verbetering: Terwijl zij over de heg aan het spieden was, viel er een zware tak op het hoofd van de buurvrouw.
Hoe verbeter je een foutieve beknopte bijzin?
Het verbeteren is eigenlijk simpel:
1.Voeg in de bijzin het juiste onderwerp toe.
2.Zet er ook een passende persoonsvorm bij.













