Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een voegwoord is.
•Je kent de verschillende categorieën voegwoorden.
•Je kunt de verschillende categorieën voegwoorden herkennen en benoemen.
Wat is een voegwoord?
Voegwoorden verbinden zinnen, woorden of woordgroepen aan elkaar. Ze maken het verband tussen de inhoud van de zinnen, woorden of woordgroepen duidelijk.
Categorieën voegwoorden
Er zijn twee soorten voegwoorden: nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden.
Nevenschikkende voegwoorden verbinden twee hoofdzinnen, zinsdelen, woorden of woordgroepen. We kennen eigenlijk maar vijf verschillende nevenschikkende voegwoorden. Deze staan hieronder aangegeven.
•Voorbeelden: en, maar, of, want, dus.
•Voegwoord in een zin: “Het is warm en de zon schijnt.” of “Het is warm want de zon schijnt.” In deze zinnen verbinden de voegwoorden twee hoofdzinnen.
Onderschikkende voegwoorden verbinden een hoofdzin met een bijzin.
•Voorbeelden: als, dat, hoewel, doordat, terwijl, omdat.
•voegwoord in een zin: “Het is warm omdat de zon schijnt” of “Terwijl het regent, kun je mooi de was opvouwen.” In deze zinnen verbinden de voegwoorden een hoofdzin met een bijzin.
Signaalwoorden bij leesvaardigheid
Veel voegwoorden die je bij grammaticaal onderwijs leert, komen ook voor bij leesvaardigheid als signaalwoorden. Ze hebben dezelfde functie: ze leggen verbanden tussen zinnen, passages en alinea's.
•Voorbeelden: dus (signaalwoord voor conclusie), maar (signaalwoord voor tegenstelling), en (signaalwoord voor opsomming).
Conclusie
In deze les heb je geleerd wat voegwoorden zijn en hoe ze zinnen, woorden en woordgroepen verbinden. Voegwoorden maken het verband tussen de verschillende onderdelen van een zin duidelijk. Je hebt ook ontdekt dat veel voegwoorden bij leesvaardigheid als signaalwoorden worden gebruikt om verbanden aan te geven tussen grotere tekstgedeelten.