Wat wordt er bedoeld met fictie?
Leerdoelen
Je kent de belangrijkste begrippen rondom poëzie en fictie.
Wat is fictie?
Fictie betekent dat de verhalen verzonnen zijn, in tegenstelling tot non-fictie, waarbij verhalen echt gebeurd zijn. Veel verhalen bij het vak Nederlands vallen onder fictie. Elementen van het verhaal zijn vaak verzonnen, hoewel ze soms gebaseerd kunnen zijn op waargebeurde verhalen of realistische situaties.
Belangrijke begrippen van fictie
Thema
Het thema is het belangrijkste onderwerp van het verhaal en hangt vaak samen met het centrale probleem. Je vindt het thema vaak door eerst het centrale probleem te bepalen.
•Voorbeelden van thema's: vriendschap, liefde, verraad, oorlog, pesten.
Spanning
Schrijvers voegen spanning toe om het verhaal boeiend te maken.
Manieren om spanning te creëren: onverwachte wendingen, een raadsel, een conflict, een bepaalde sfeer.
Ruimte
De ruimte (plaats of decor) is waar het verhaal zich afspeelt. De beschrijving van de ruimte kan ook bijdragen aan het creëren van spanning of sfeer.
•Voorbeelden: een oud vervallen huis of een bepaald landschap.
Tijd
De tijd kan verwijzen naar een historische periode of toekomst.
•Tijdstechnieken: chronologie, flashbacks, flashforwards.
Twee begrippen die je makkelijk door elkaar kunt halen zijn de verteltijd en de vertelde tijd.
1.De verteltijd is de tijd die je nodig hebt om het verhaal te lezen (bijvoorbeeld 30 minuten).
2.De vertelde tijd is de tijdsperiode die het verhaal beslaat (bijvoorbeeld 30 jaar).
Personages
Personages kun je onder andere onderverdelen in hoofd- en bijfiguren.
•Hoofdfiguren (round characters): maken een ontwikkeling door.
•Bijfiguren (flat characters): veranderen niet of nauwelijks.
Daarnaast kennen we ook nog de helden en de antihelden. De helden hebben positieve eigenschappen en de antihelden hebben juist weerzinwekkende eigenschappen.
Perspectief
De bril waar je door kijkt. Het perspectief heeft invloed op hoeveel je je kunt identificeren met personages.
We kennen verschillende perspectieven:
•Ik-perspectief: verhaal door de ogen van een ik-figuur.
•Personale perspectief: verhaal door de ogen van hij/zij.
•Auctoriale perspectief: alwetende verteller. In dit perspectief weet de verteller meer dan de lezer en kan de verteller ook commentaar geven.
Wat is poëzie?
Poëzie omvat meer dan alleen rijm, maar rijm is wel een belangrijk onderdeel van poëzie.
Belangrijke begrippen van poëzie
We zullen vijf rijmvormen behandelen aan de hand van het gedicht "Vera Janacopoulos" geschreven door Jan Engelman.
Gedicht: Vera Janacopoulos, cantilene
Ambrosia, wat vloeit mij aan? (A) uw schedelveld is koeler maan (A) en alle appels blozen (B)
de klankgazelle die ik vond (C) hoe zoete zoele kindermond (C) van zeeschuim en van rozen (B)
o muze in het morgenlicht (D) o minnares en slank gedicht (D) er is een god verscholen (E)
violen vlagen op het mos (F) elysium, de vlinders los (F) en duizendjarig dolen (E)
Gepaard rijm
Twee opeenvolgende regels rijmen op elkaar.
•Voorbeeld: aan – maan, vond – mond.
Omarmend rijm
De regels die rijmen staan niet direct na elkaar, maar er zijn zinnen tussen geplaatst. Zij ‘omarmen’ de zinnen die ertussen staan.
•Voorbeeld: blozen – rozen, verscholen – dolen.
Gekruist rijm
De regels rijmen om en om.
Om gekruist rijm goed te kunnen laten zien moeten we het gedicht een beetje aanpassen:
en alle appels blozen de klankgazelle die ik vond
van zeeschuim en van rozen hoe zoete zoele kindermond
•Voorbeeld: blozen – rozen, vond – mond.
Rijmschema's
Om deze vormen van rijm te ontdekken kun je rijmschema's gebruiken. Deze ontstaan wanneer je dezelfde letters achter de rijmende zinnen zet. De letters achter het voorbeeld gedicht vormen dus het rijmschema van dit gedicht.
Binnenrijm
Twee soorten binnenrijm zijn alliteratie en assonantie.
Alliteratie
Beginletters (meestal medeklinkers) van opeenvolgende woorden zijn hetzelfde.
•Voorbeeld: zoete – zoele, violen – vlaag.
Assonantie
Klinkers binnen woorden rijmen op elkaar.
•Voorbeeld: zoete – zoele.














