Leerdoelen
•Je kunt de belangrijkste begrippen met betrekking tot fictie benoemen en uitleggen.
Wat is fictie?
Fictie staat voor verzonnen verhalen. Deze verhalen kunnen heel realistisch zijn, alsof ze echt gebeurd zouden kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan een verhaal over twee vrienden die ruzie krijgen. Maar fictie kan ook juist heel fantasierijk zijn, zoals boeken over tovenaars, eenhoorns of andere wezens die niet in onze echte wereld bestaan.
Non-fictie is het tegenovergestelde van fictie. Dat zijn verhalen die zijn opgeschreven over dingen die echt zijn gebeurd, zoals een biografie over een beroemd persoon of een geschiedenisboek.
De zes belangrijke begrippen van fictie
Thema
Het thema is het onderwerp van een verhaal en hangt vaak samen met het centrale probleem. Het centrale probleem is datgene waar het verhaal eigenlijk om draait. Vaak heeft een personage een probleem dat in het verhaal moet worden opgelost. Voorbeelden van thema's zijn:
•vriendschap
•liefde
•verraad
•oorlog
•pesten
Spanning
Spanning is belangrijk in een verhaal, omdat het de lezer geboeid houdt. Schrijvers kunnen op verschillende manieren spanning creëren:
•Onverwachte gebeurtenissen: er gebeurt plotseling iets wat je totaal niet had verwacht.
•Raadsels: er wordt een mysterie gepresenteerd dat je wilt oplossen.
•Conflicten: er is ruzie of strijd tussen personages, en je wilt weten hoe dat wordt opgelost.
•Sfeer: een mysterieuze of enge sfeer kan ervoor zorgen dat je het gevoel krijgt dat er iets niet klopt, waardoor je verder wilt lezen.
Ruimte
De ruimte in een fictief verhaal gaat over de plaats of het decor waar het verhaal zich afspeelt. De beschrijving van de omgeving kan spanning oproepen of iets zeggen over een personage. Soms sluit de omgeving aan bij de gevoelens van een personage, maar een schrijver kan ook contrast gebruiken.
Tijd
Tijd speelt ook een belangrijke rol in een verhaal. Er zijn verschillende aspecten van tijd:
•Historische tijd: hierbij gaat het om de periode waarin het verhaal zich afspeelt.
•Chronologie: dit is de tijdsvolgorde. Een verhaal kan chronologisch verteld worden (van begin naar eind), maar een schrijver kan hier ook mee spelen door in het midden of zelfs aan het einde te beginnen.
•Tijdssprongen en tijdsvertragingen: de schrijver kan de tijd ineens versnellen of vertragen om het verhaal spannend te houden.
•Flashbacks en flashforwards:
•Een flashback is een terugblik op iets wat eerder is gebeurd. Dit kan je helpen om het huidige verhaal beter te begrijpen.
•Een flashforward is een vooruitblik op iets wat in de toekomst gaat gebeuren. Als lezer weet je dan al meer dan het personage.
•Verteltijd en vertelde tijd:
•De verteltijd is de tijd die jij nodig hebt om het boek te lezen.
•De vertelde tijd is de tijd die verstrijkt binnen het verhaal zelf. Dit kan een paar dagen zijn, maar ook honderden jaren als het bijvoorbeeld een familiegeschiedenis is.
Personages
De personages zijn de mensen (of wezens) die in het verhaal voorkomen. Je kunt ze op verschillende manieren indelen:
•Hoofdfiguren en bijfiguren:
•Round characters (ronde karakters) zijn vaak de hoofdfiguren. Je leert ze goed kennen en ze maken een ontwikkeling door in het verhaal.
•Flat characters (platte karakters) of types zijn meestal bijfiguren. Je krijgt maar weinig informatie over ze en ze veranderen nauwelijks.
•Helden en antihelden:
•Helden zijn de personages waar je sympathie voor voelt en met wie je makkelijk meeleeft (dat heet empathie). Ze doen vaak goede dingen.
•Antihelden zijn vaak de 'slechteriken' of minder sympathieke personages. Je kunt je moeilijk met hen identificeren en ze roepen gevoelens van weerstand of afschuw op.
•Identificatie: een belangrijke vraag die je jezelf kunt stellen bij het lezen van een boek is: kun je je identificeren met de personages? Herken je jezelf in hen of in hun gevoelens en acties? Dit kan heel erg bepalen of je een boek leuk vindt of niet.
•Speaking name: soms geeft een schrijver een personage een naam die al iets zegt over zijn of haar karakter. Denk aan Batavus Droogstoppel uit het boek Max Havelaar, wiens naam al doet vermoeden dat hij een beetje saai en stug is.
Perspectief
Het perspectief is de 'bril' waardoor je naar het verhaal kijkt. Het bepaalt wie de verteller is en wat je als lezer weet. Er zijn drie belangrijke perspectieven:
•Ik-perspectief: het verhaal wordt verteld vanuit een van de personages. Je leest veel "ik"-zinnen en je kruipt als het ware in het hoofd van dat personage. Je weet alleen wat die 'ik' weet, ziet en denkt.
•Personale perspectief: het verhaal wordt verteld vanuit het standpunt van één personage, maar in de derde persoon (‘hij’ of ‘zij’). De verteller is geen personage en volgt dit personage van dichtbij.
•Autoriale perspectief (of alwetende verteller): de verteller staat buiten het verhaal en weet alles. Hij kent de gedachten en gevoelens van alle personages en kan ook vooruitwijzen naar wat later gebeurt.
Je eigen mening over een boek formuleren
Niet alleen het herkennen van de begrippen is belangrijk; ook je eigen mening over een boek goed onder woorden brengen is waardevol. Stel jezelf de volgende vragen:
•Wie of wat herken je in het verhaal? Zijn er dingen die je zelf hebt meegemaakt? Lijken de personages op jou of op iemand die je kent?
•Herken je bepaalde situaties? Zijn je ouders bijvoorbeeld gescheiden en gaat het boek daar ook over? Of heb je liefdesverdriet gehad en zie je dat terug in de gevoelens van een personage?
Gebruik het AUB-model voor een goede onderbouwing
Bij alles wat je zegt, is het belangrijk om uit te leggen waarom je iets vindt. Het AUB-model helpt je hierbij:
•Argument: geef je mening of stelling.
•Uitleg: leg uit waarom je die mening hebt.
•VoorBeeld: geef een specifiek voorbeeld uit het boek (of je eigen leven) dat je uitleg ondersteunt.
Voorbeeld: "Ik herken me in dit verhaal (A), omdat ik vorig jaar ook liefdesverdriet heb gehad (U). Ik herkende bijvoorbeeld dat ik net als het personage de eerste week niet naar school durfde, omdat ik mijn ex-geliefde niet onder ogen kon komen; zo verdrietig was ik. Dat was in het boek ook het geval (V)."














