Hoofd- en bijzinnen: herkennen en benoemen
Deze les bevat de uitleg over hoofd- en bijzinnen. In deze les ga je leren over enkelvoudige en samengestelde zinnen, en over het verschil tussen zinsdelen en zinsdeelzinnen. Na het lezen weet je hoe je de structuur van een samengestelde zin kunt ontdekken, en kun je hoofd- en bijzinnen herkennen en benoemen.
Enkelvoudige zinnen vs. samengestelde zinnen
Enkelvoudige zin: één onderwerp en één persoonsvorm.
Samengestelde zin: meerdere onderwerpen en meerdere persoonsvormen.
•Voorbeeld enkelvoudige zin:
"Hans stuurt een kaart naar de zieke Sanne."
Persoonsvorm: stuurt
Onderwerp: Hans
•Voorbeeld samengestelde zin:
"Hans stuurt een kaart naar Sanne die ziek geworden is."
Persoonsvormen: stuurt, is geworden
Onderwerpen: Hans, die
Hoofd- en bijzinnen ontdekken
Om de hoofd- en de bijzinnen te ontdekken moet je de volgende stappen nalopen:
1.Vind de persoonsvorm(en)
2.Vind het onderwerp of de onderwerpen
3.Probeer een woord (bijvoorbeeld “niet”) tussen het onderwerp en de persoonsvorm te zetten.
4.Is stap 3 niet mogelijk, dan is het een hoofdzin. Is stap 3 wel mogelijk dan is het een bijzin.
•Voorbeeld:
"Hans stuurt een kaart naar Sanne die ziek geworden is."
Hoofdzin: "Hans stuurt een kaart naar Sanne."
("Hans niet stuurt een kaart naar Sanne" kan niet)
Bijzin: "die ziek geworden is."
("Die niet ziek geworden is" kan wel)
Zinsdelen en zinsdeelzinnen
Een zinsdeelzin is een bijzin die een zinsdeel vervangt in een hoofdzin. Om een zinsdeelzin te bepalen moet je de volgende stappen nalopen:
1.Vind de persoonsvorm(en) en onderwerp(en) van de zin.
2.Bepaald de hoofd- en bijzinnen.
3.Vervang de bijzin door één of een paar woorden.
4.Benoem de functie van de bijzin
•Voorbeelden:
"Hij vertelde me dat hij naar de wedstrijd zou gaan."
Persoonsvormen: vertelde, zou gaan
Onderwerpen: hij, hij
Hoofdzin: "Hij vertelde me"
Bijzin: "dat hij naar de wedstrijd zou gaan" (leidend voorwerpszin)
Vervang de bijzin: “Hij vertelde me dat."
"Ze komt alleen binnen als ik de deur open doe."
Persoonsvormen: komt, doe open
Onderwerpen: ze, ik
Hoofdzin: "Ze komt alleen binnen"
Bijzin: "als ik de deur open doe" (bijwoordelijke bijzin)
Vervang de bijzin: “Ze komt alleen dan binnen.”
“Wie de meeste doelpunten maakt, wint de wedstrijd.”
Persoonsvormen: maakt, wint
Onderwerpen: wie
Hoofdzin: “wint de wedstrijd."
Bijzin: “Wie de meeste doelpunten maakt” (onderwerpszin)
Vervang de bijzin: “Diegene wint de wedstrijd”
Conclusie
In deze les heb je geleerd hoe je hoofd- en bijzinnen kunt herkennen en benoemen. Hoofd- en bijzinnen kun je onderscheiden door te proberen een woord tussen het onderwerp en de persoonsvorm te zetten. Ook hebben we behandeld wat zinsdeelzinnen zijn en hoe ze functioneren binnen de hoofdzin.