Les over F Andere landen

Les over F Andere landen

Gemaakt door Ainstein
F Andere landen
Deze video bestaat uit
  • Poëzie en fictiePoëzie en fictie
  • Literaire begrippenLiteraire begrippen
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 11:36
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Verhalen over andere landen: leer belangrijke begrippen

Leerdoelen

Je kunt de belangrijkste literaire begrippen rondom personages, tijd, ruimte en sfeer benoemen en uitleggen.

Je kunt het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik verklaren en herkennen.

Je kunt verschillende boekgenres, zoals historische boeken, probleemboeken en thrillers, van elkaar onderscheiden.

Je kunt uitleggen hoe een tijdsprong en beeldspraak worden toegepast in een verhaal.

Personages en perspectief in verhalen

In verhalen spelen personages de hoofdrol. Dit zijn alle personen die in een verhaal voorkomen. Binnen deze groep maken we onderscheid tussen de belangrijkste personen en de bijfiguren. De bijfiguren zijn de overige personages in een verhaal naast de hoofdpersoon of hoofdpersonen. Zij veranderen gedurende het verhaal meestal nauwelijks en worden ook wel flat characters genoemd, terwijl hoofdfiguren vaak een ontwikkeling doormaken. Hoe je deze personages beleeft, hangt sterk samen met het perspectief. Het perspectief ligt bij de persoon in het verhaal van wie je weet wat hij denkt en voelt. Meestal is dat de hoofdpersoon. Dit kan bijvoorbeeld verteld worden vanuit een ik-figuur (het ik-perspectief) of vanuit een hij- of zij-figuur (het personale perspectief).

Tijd, ruimte en sfeer

Een verhaal speelt zich altijd af op een bepaalde plaats en in een bepaalde periode. De ruimte is de plaats waar een verhaal zich afspeelt, zoals binnen of buiten, in een stad of een bos, op een school of bij iemand thuis. De beschrijving van deze ruimte is heel belangrijk, omdat deze de sfeer bepaalt. De sfeer geeft aan hoe iets aanvoelt, bijvoorbeeld griezelig of gezellig. Daarnaast speelt de tijd een grote rol. Dit is de tijd waarin een verhaal zich afspeelt, wat gekoppeld kan zijn aan een specifiek historisch tijdvak, zoals de Tijd van Grieken en Romeinen, de Tijd van ridders en monniken, de Tijd van ontdekkers en hervormers, of de Tijd van wereldoorlogen. Schrijvers spelen vaak met de tijd door een tijdsprong te gebruiken. Hierbij wordt iets beschreven wat vroeger of later is gebeurd. Dit komt vaak voor aan het begin van een nieuw hoofdstuk of na een witregel.

Taalgebruik en beeldspraak

Schrijvers kunnen hun teksten op verschillende manieren inkleden. Hierbij maken we onderscheid tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik:

Bij letterlijk taalgebruik zeg je precies wat je bedoelt, zoals: "Het regent."

Bij figuurlijk taalgebruik bedoel je iets anders dan je letterlijk zegt, zoals: "De hemel huilt."

Een bekende vorm van figuurlijk taalgebruik is beeldspraak. Hierbij praat de schrijver met beelden en gebruikt hij een beeld om iets uit te leggen. Als een schrijver bijvoorbeeld de zin "Je bent een bloem" gebruikt, dan wordt de 'jij' vergeleken met een bloem om duidelijk te maken dat diegene zo mooi is als een bloem.

Verschillende soorten boeken

Wanneer je boeken leest over andere landen of tijden, kom je verschillende genres tegen die je ook in de bibliotheek kunt herkennen aan hun eigen afbeelding of icoon:

Historische (jeugd)boeken: Dit zijn boeken over geschiedenis.

Probleemboek: Dit is een boek over de problemen van jonge hoofdpersonen, zoals pesten, echtscheiding, ADHD of loverboys.

Thriller: Dit is een spannend verhaal waarin gevaar en spanning een grote rol spelen.