Les over Lezen - Feiten, meningen en argumenten

Les over Lezen - Feiten, meningen en argumenten

Gemaakt door Ainstein
Lezen - Feiten, meningen en argumenten
Deze video bestaat uit
  • Argumenteren Argumenteren
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 02:24
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe herken je feiten, meningen en argumenten in tekst?

Leerdoelen

Je kunt het verschil tussen een feit en een mening uitleggen.

Je kunt een argument herkennen aan de hand van signaalwoorden.

Je kunt uitleggen wat een standpunt en een subargument zijn.

Je kunt enkelvoudige, onderschikkende en nevenschikkende argumentatie van elkaar onderscheiden.

Feiten en meningen

In teksten en gesprekken kom je voortdurend feiten en meningen tegen. Het is belangrijk om deze goed uit elkaar te kunnen houden:

Een feit is een uitspraak die je kunt controleren. Je kunt nagaan of de bewering waar of onwaar is. Bijvoorbeeld: "Dit museum is gebouwd tussen 2013 en 2016." Dit kun je controleren door het op te zoeken op de website van het museum of op Wikipedia.

Een mening is wat iemand vindt. Met een mening kun je het eens of oneens zijn. Je herkent een mening vaak aan woorden zoals "ik vind" of "volgens mij". Bijvoorbeeld: "Ik vind het een mooi gebouw."

Wat is een argument?

Als iemand een mening geeft, wil diegene deze mening vaak verdedigen of uitleggen. De reden of het bewijs dat daarvoor wordt gegeven, noem je een argument. Bijvoorbeeld: "Ik vind het een mooi gebouw (mening), want je kunt op veel plekken door het plafond de lucht zien (argument)."

Signaalwoorden voor argumenten

Je kunt een argument in een tekst makkelijk herkennen aan bepaalde signaalwoorden. Dit zijn woorden die een verband leggen tussen de mening en de redenen daarvoor. Veelvoorkomende signaalwoorden zijn:

want

omdat

daarom

namelijk

Standpunten en argumentatiestructuren

De mening die met argumenten wordt verdedigd, noemen we ook wel het standpunt. Afhankelijk van hoe de argumenten zijn opgebouwd om dit standpunt te ondersteunen, onderscheiden we drie verschillende structuren:

Enkelvoudige argumentatie

Bij enkelvoudige argumentatie wordt het standpunt ondersteund door precies één argument.

Schema van enkelvoudige argumentatie: een standpunt ondersteund door één argument
Schema van enkelvoudige argumentatie: een standpunt ondersteund door één argument

Onderschikkende argumentatie

Bij onderschikkende argumentatie wordt het hoofdargument zelf weer ondersteund door een ander argument. Dit ondersteunende argument noem je een subargument.

Schema van onderschikkende argumentatie: een standpunt ondersteund door een argument, dat op zijn beurt wordt ondersteund door een subargument
Schema van onderschikkende argumentatie: een standpunt ondersteund door een argument, dat op zijn beurt wordt ondersteund door een subargument

Nevenschikkende argumentatie

Bij nevenschikkende argumentatie worden er meerdere argumenten gebruikt die samen het standpunt ondersteunen. Deze argumenten staan op gelijke hoogte naast elkaar.

Schema van nevenschikkende argumentatie: een standpunt dat door drie argumenten naast elkaar wordt ondersteund
Schema van nevenschikkende argumentatie: een standpunt dat door drie argumenten naast elkaar wordt ondersteund