Les over Taalverzorging - Verwijswoorden
Verwijswoorden

Wat zijn verwijswoorden en hoe gebruik je ze juist?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat verwijswoorden zijn en waarom je ze gebruikt.
•Je kunt de juiste verwijswoorden kiezen voor het-woorden, mannelijke de-woorden en vrouwelijke de-woorden.
•Je kunt de juiste verwijswoorden gebruiken in het meervoud.
•Je kunt de bezittelijke verwijswoorden 'zijn' en 'hun' correct toepassen om bezit aan te geven.
Wat zijn verwijswoorden?
Een verwijswoord is een woord dat naar een ander woord verwijst dat al eerder is genoemd. Als je in een tekst steeds dezelfde woorden herhaalt, wordt de tekst saai om te lezen. Door af en toe een samengestelde zin te maken en verwijswoorden te gebruiken, breng je variatie aan en loopt de tekst beter. Kijk maar naar dit voorbeeld:
•Saai: Max is blij. Max heeft 8 euro verdiend.
•Beter: Max is blij. Hij heeft 8 euro verdiend.
•Ook goed: Max is blij, want hij heeft 8 euro verdiend.
In de betere zinnen is het woord hij het verwijswoord dat verwijst naar de naam 'Max'.
Het juiste verwijswoord kiezen
Om het juiste verwijswoord te kiezen, moet je kijken naar het soort woord waarnaar je verwijst. We maken hierbij onderscheid tussen het-woorden, de-woorden (mannelijk of vrouwelijk) en meervoud.
Woordtype | Persoonlijk / bezittelijk | Aanwijzend |
|---|---|---|
het-woorden | het, zijn | dat, dit |
de-woorden (mannelijk) | hij, hem, zijn | die, deze |
de-woorden (vrouwelijk) | zij/ze, haar | die, deze |
meervoud | zij/ze, hun | die, deze |
De-woorden en het-woorden
Bij de de-woorden is het belangrijk om te weten of een woord mannelijk of vrouwelijk is. Als je dit niet zeker weet, kun je dit opzoeken in een woordenboek of een online woordenlijst. Voor mannelijke de-woorden gebruik je de verwijswoordenhij, hem of zijn. Voor vrouwelijke de-woorden gebruik je zij, ze of haar. Bij het-woorden gebruik je de verwijswoordenhet of zijn. Voor de aanwijzende verwijswoorden kun je een handige regel onthouden:
•Bij de-woorden horen de aanwijzende woorden die en deze.
•Bij het-woorden horen de aanwijzende woorden dat en dit.
Verwijzen in het meervoud
Als een woord in het meervoud staat, gebruik je de verwijswoordenzij, ze of hun. Als aanwijzend verwijswoord gebruik je altijd die of deze.
Bezit aangeven met 'zijn' en 'hun'
De woorden zijn en hun gebruik je specifiek om te laten zien dat iets van iemand is. Dit noemen we bezit. Gebruik het verwijswoordzijn bij een mannelijk enkelvoudig woord of een het-woord:
•Voorbeeld: Kars heeft zijn geld opgemaakt.
Gebruik het verwijswoordhun bij een meervoudig woord:
•Voorbeeld: Zij hebben hun slaapkamer blauw geverfd.