Les over Taalverzorging - Persoonsvorm verleden tijd

Les over Taalverzorging - Persoonsvorm verleden tijd

Gemaakt door Ainstein
Taalverzorging - Persoonsvorm verleden tijd
Deze video bestaat uit
  • Werkwoordspelling persoonsvormWerkwoordspelling persoonsvorm
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 03:06
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Persoonsvorm verleden tijd spellen: hoe doe je dat?

Leerdoelen

Je kunt het verschil tussen sterke en zwakke werkwoorden in de verleden tijd uitleggen.

Je kunt de persoonsvorm in de verleden tijd van zwakke werkwoorden correct spellen met behulp van de ik-vorm en de regels voor enkelvoud en meervoud.

Je kunt de persoonsvorm in de verleden tijd van sterke werkwoorden correct spellen door de klankverandering toe te passen.

Wat is de persoonsvorm in de verleden tijd?

Een persoonsvorm staat in de verleden tijd als de handeling of gebeurtenis al heeft plaatsgevonden of voorbij is. Om de persoonsvorm in de verleden tijd correct te spellen, moet je eerst bepalen of het werkwoord een zwak werkwoord of een sterk werkwoord is.

Zwakke werkwoorden spellen

Bij een zwak werkwoord verandert de klank van het werkwoord niet in de verleden tijd. Je schrijft de verleden tijd door een uitgang achter de ik-vorm te plakken.

Het stappenplan voor zwakke werkwoorden

Als je de persoonsvorm van een zwak werkwoord in de verleden tijd zet, volg je deze vier stappen:

1.Noteer de ik-vorm van het werkwoord.

2.Zet de uitgang -te of -de achter de ik-vorm. Om te bepalen welke uitgang je gebruikt, kijk je naar de stam van het hele werkwoord. Eindigt de stam op een medeklinker uit 't ex-kofschip? Dan schrijf je -te. Eindigt de stam op een andere letter? Dan schrijf je -de.

3.Zoek het onderwerp van de zin dat bij de persoonsvorm hoort.

4.Bepaal of het onderwerp enkelvoud of meervoud is. Als het onderwerp enkelvoud is, komt er geen extra -n achter de uitgang. Is het onderwerp meervoud, dan zet je wel een extra -n achter de uitgang (je krijgt dan -ten of -den).

Sterke werkwoorden spellen

Bij een sterk werkwoord verandert de klank in de verleden tijd wel. De belangrijkste regel voor sterke werkwoorden is dat je het woord zo kort mogelijk schrijft.

Als het onderwerp enkelvoud is, schrijf je de persoonsvorm in de veranderde klankvorm zonder extra letters aan het einde (bijvoorbeeld: schreef of hield).

Als het onderwerp meervoud is, voeg je de uitgang -en toe aan deze klankvorm (bijvoorbeeld: schreven of hielden).

Overzicht van de verleden tijd

In de onderstaande tabel zie je hoe de spelling van zwakke en sterke werkwoorden in de verleden tijd verschilt:

Type werkwoord
Hele werkwoord (infinitief)
Ik-vorm
Verleden tijd (enkelvoud)
Verleden tijd (meervoud)
Zwak
gebruiken
gebruik
gebruikte
gebruikten
Zwak
raden
raad
raadde
raadden
Sterk
schrijven
schreef
schreef
schreven
Sterk
houden
hield
hield
hielden