Les over B Eropuit
Poëzie en fictie

Hoe werken alliteratie, assonantie en rijmschema's?
Leerdoelen
•Je kunt de begrippen alliteratie en assonantie uitleggen en herkennen.
•Je kunt de werking van eindrijm en verschillende rijmschema's beschrijven.
•Je kunt de specifieke vorm en kenmerken van een sonnet benoemen.
Rijm binnen de versregel: alliteratie en assonantie
In gedichten en teksten wordt vaak gebruikgemaakt van klankeffecten om sfeer of ritme te creëren. Twee belangrijke vormen van rijm binnen een versregel zijn:
•Alliteratie: Dit wordt ook wel beginrijm genoemd. Het gaat hierbij om woorden die dicht bij elkaar staan en met dezelfde letter of beginmedeklinker starten. Voorbeelden hiervan zijn slappe sla of chagrijnige Sjaak.
•Assonantie: Dit wordt ook wel klankrijm genoemd. Hierbij hebben woorden die dicht bij elkaar staan dezelfde klinkerklank. Voorbeelden hiervan zijn slappe - platte en vroege - coole.
Rijm aan het einde van de regel: eindrijm en rijmschema's
Wanneer woorden aan het einde van versregels op elkaar rijmen, spreken we van eindrijm. Dit houdt in dat het laatste woord van een regel rijmt op het laatste woord van een vorige regel, zoals gaat en nieuwjaarsleuterpraat. Om de structuur van dit rijm in kaart te brengen, kun je een rijmschema opstellen. Dit is de manier waarop de regels van een gedicht op elkaar rijmen. Je maakt een rijmschema door alle regels die op elkaar rijmen dezelfde letter te geven. Er zijn drie veelvoorkomende rijmschema's:
•Omarmend rijm: Dit schema heeft het patroon a b b a. De buitenste regels omarmen hierbij de binnenste rijmende regels.
•Gepaard rijm: Dit schema heeft het patroon a a b b. Hierbij rijmen steeds twee opeenvolgende regels op elkaar.
•Gekruist rijm: Dit schema heeft het patroon a b a b. De regels rijmen hierbij om en om op elkaar.
Het sonnet
Een specifieke en strak gestructureerde dichtvorm is het sonnet. Een sonnet is een gedicht dat altijd aan de volgende vaste regels voldoet:
•Het bestaat uit precies veertien regels.
•De veertien regels zijn verdeeld over vier strofen.
•De eerste twee strofen bestaan elk uit vier regels.
•De laatste twee strofen bestaan elk uit drie regels.
•Het gedicht heeft een strak en vastgelegd rijmschema.
Visies op rijm
Dichters denken verschillend over het gebruik van rijm in hun werk. Sommige dichters gebruiken rijm bewust omdat het helpt om losse zinnen van een verhaal goed bij elkaar te houden. Andere dichters werken juist liever zonder strakke rijmen, omdat zij vinden dat het in gedichten vooral moet draaien om beelden, sfeer en gevoelens.