Les over Poëzie en fictie

Les over Poëzie en fictie

Gemaakt door Ainstein
Poëzie en fictie
Deze video bestaat uit
  • Poëzie en fictiePoëzie en fictie
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 07:17
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Poëzie en fictie: leer alles over dichtvormen en verhalen

Leerdoelen

Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen fictie en non-fictie.

Je kunt een vooruitwijzing, flashback en chronologische volgorde herkennen en toepassen in verhalen.

Je kunt alliteratie, assonantie en eindrijm herkennen en het rijmschema van een gedicht bepalen.

Je kunt de kenmerken van een sonnet, een puntdicht en een limerick benoemen.

Je kunt het verschil tussen een feelgoodverhaal en een probleemboek uitleggen en de verhaallijnen analyseren.

Je kunt de kenmerken van een dystopie en sciencefiction onderscheiden in toekomstige werelden.

Je kunt humoristische stijlfiguren zoals ironie, woordspelingen, overdrijvingen en understatements uitleggen.

Je kunt uitleggen hoe een personage door ingrijpende gebeurtenissen een ontwikkeling doormaakt.

Fictie en non-fictie

Bij het vak Nederlands maken we een belangrijk onderscheid tussen verhalen die verzonnen zijn en verhalen die op de werkelijkheid berusten. Wanneer een verhaal (deels) is verzonnen, noemen we dit fictie. Hoewel de elementen en personages verzonnen zijn, kunnen ze wel gebaseerd zijn op realistische situaties of waargebeurde gebeurtenissen. Het tegenovergestelde hiervan is non-fictie, wat staat voor teksten en verhalen die volledig echt gebeurd zijn en berusten op feiten, zoals een biografie of een geschiedenisboek.

Rauw en realistisch: realisme en tijd in verhalen

Realistische fictie behandelt vaak herkenbare en ingrijpende problemen waar jongeren mee te maken kunnen krijgen, zoals criminaliteit, groepsdruk of het maken van moeilijke keuzes. Boeken zoals Doorgeschoten van Mirjam Mous (gebaseerd op de schietpartij op Columbine High School) en Chatroom van Helen Vreeswijk (gebaseerd op waargebeurde politiezaken) laten zien hoe personages ernstig in de problemen kunnen raken. Schrijvers gebruiken specifieke technieken om de tijd in deze verhalen te structureren en de spanning op te bouwen:

Chronologische volgorde: De volgorde waarin de gebeurtenissen in de werkelijkheid achter elkaar plaatsvinden, van het begin naar het einde.

Flashback: Een sprong terug in de tijd. De verteller beschrijft een gebeurtenis die eerder is gebeurd, wat de lezer helpt om de huidige situatie of het gedrag van een personage beter te begrijpen.

Vooruitwijzing: Een aanwijzing of hint in de tekst dat er later iets geks of belangrijks gaat gebeuren, vaak zonder dat je als lezer precies weet wat dit zal zijn. Dit verhoogt de nieuwsgierigheid en de spanning.

Eropuit: poëzie, rijm en dichtvormen

Poëzie is een literaire vorm waarin de dichter bewust speelt met de plaatsing van woorden op de pagina (de bladspiegel) en het gebruik van witruimte om een bepaald gevoel, beeld of sfeer over te brengen. In gedichten spelen klank en rijm een grote rol. We onderscheiden verschillende vormen van rijm en klankspel:

Alliteratie: Ook wel beginrijm genoemd. Dit is het herhalen van dezelfde beginletter of beginklank bij woorden die dicht bij elkaar staan (bijvoorbeeld: "slappe sla" of "chagrijnige Sjaak").

Assonantie: Ook wel klankrijm genoemd. Hierbij rijmen de klinkers van woorden die dicht bij elkaar staan op elkaar (bijvoorbeeld: "slappe - platte" of "vroege - coole").

Eindrijm: Wanneer het laatste woord van een versregel rijmt op het laatste woord van een andere versregel (bijvoorbeeld: "gaat - nieuwjaarsleuterpraat").

Rijmschema's en het sonnet

De manier waarop de versregels in een gedicht op elkaar rijmen, kun je weergeven in een rijmschema. Hierbij geef je elke unieke rijmklank aan het einde van een regel een letter (a, b, c, etc.). De meest voorkomende rijmschema's zijn:

Gepaard rijm (rijmschema: a a b b): Twee opeenvolgende regels rijmen op elkaar.

Gekruist rijm (rijmschema: a b a b): De regels rijmen om en om op elkaar.

Omarmend rijm (rijmschema: a b b a): De buitenste regels omarmen de binnenste twee regels die op elkaar rijmen.

Een specifieke, klassieke dichtvorm is het sonnet. Dit is een gedicht dat altijd bestaat uit precies veertien regels, verdeeld over vier strofen. De eerste twee strofen bestaan elk uit vier regels (kwatrijnen) en de laatste twee strofen bestaan elk uit drie regels (terzetten). Een sonnet kenmerkt zich door een strak en vastgelegd rijmschema.

Liefde: feelgood en verhaallijnen

Liefde en relaties zijn veelvoorkomende thema's in de literatuur. Verhalen over de liefde kunnen heel verschillend van toon zijn. Zo is een feelgoodverhaal een verhaal dat fijn is om te lezen omdat het 'wensvervullend' is: je hoopt als lezer dat er iets moois gebeurt met de hoofdpersoon, en die wens wordt uiteindelijk ook werkelijkheid.

De structuur van een verhaal

In langere verhalen en romans maakt de schrijver vaak gebruik van meerdere verhaallijnen. Een verhaallijn beschrijft wat een specifiek personage meemaakt, met een duidelijk begin, een middenstuk en een einde. Wanneer een boek meerdere verhaallijnen heeft, lopen deze naast elkaar en hebben ze altijd op een bepaalde manier invloed op elkaar of komen ze aan het einde samen.

Toekomstige werelden: dystopie en sciencefiction

Verhalen die zich in de toekomst afspelen, schetsen vaak een beeld van hoe onze maatschappij er over tientallen of honderden jaren uit kan zien. We maken hierbij onderscheid tussen twee genres:

Sciencefiction: Een verhaal waarin technologieën, wetenschappelijke ontdekkingen en machines worden gebruikt die nu nog niet bestaan (zoals in het boek iBoy, waarin een jongen door iPhone-onderdelen in zijn hersenen buitengewone krachten krijgt).

Dystopie: Een verhaal dat zich afspeelt in een denkbeeldige, akelige toekomst. Vaak heeft er een grote ramp plaatsgevonden of is er een onderdrukkende macht aan de leiding, waardoor de wereld is veranderd in een vreselijke plaats waar je absoluut niet zou willen leven (zoals in Overstroomd, waar de samenleving na overstromingen strikt is verdeeld in rijke 'Drogen' en arme 'Natten').

Geinig: humor, stijlfiguren en korte dichtvormen

Humor in de literatuur ontstaat vaak door het creatief spelen met taal en de verwachtingen van de lezer. Schrijvers en dichters gebruiken hiervoor verschillende stijlfiguren:

Woordspeling: Een bewust spelletje met de betekenis van woorden of met woorden die hetzelfde klinken maar iets anders betekenen (bijvoorbeeld: "Ik zag een cursus 'stop met roken', ik heb er veel van opgestoken!").

Ironie: Een milde vorm van spot waarbij je op een vriendelijke manier het tegenovergestelde zegt van wat je eigenlijk bedoelt (bijvoorbeeld een luie leerling een "goeie leerling" noemen).

Overdrijving: Iets veel groter, erger of belangrijker maken dan het in werkelijkheid is om een grappig of dramatisch effect te bereiken.

Understatement: Iets juist veel kleiner, minder erg of bescheidener voorstellen dan het in werkelijkheid is (bijvoorbeeld de kleine kroketten in Madurodam omschrijven als "aan de kleine kant").

Korte, humoristische dichtvormen

Er bestaan specifieke korte dichtvormen die speciaal bedoeld zijn om de lezer te vermaken of aan het lachen te maken:

Puntdicht: Een zeer kort gedicht dat in de laatste regel(s) eindigt met een snelle, scherpe (taal)grap of een verrassende pointe.

Limerick: Een grappig bedoeld gedichtje van precies vijf regels met een vast rijmschema (a a b b a). In de allereerste regel worden meestal een hoofdpersoon en een specifieke plaatsnaam geïntroduceerd (bijvoorbeeld: "Een kapper heeft onlangs in Ede...").

Op leven en dood: zware thema's en personageontwikkeling

Fictie kan ook een belangrijke rol spelen bij het verwerken van en nadenken over zware, verdrietige onderwerpen, zoals ernstige ziekte of de dood van een vriend. Boeken zoals Het kankerkampioenschap voor junioren en Alles is weg laten de rauwe werkelijkheid zien van jongeren die met dit soort verlies en pijn te maken krijgen.

Verandering door ervaring

Wanneer personages zulke ingrijpende gebeurtenissen meemaken, veranderen zij gedurende het verhaal. De ontwikkeling van een personage houdt in dat een personage door alles wat hij of zij meemaakt andere inzichten krijgt, prioriteiten verschuift (zoals gezondheid belangrijker vinden dan rijkdom) en emotioneel groeit. Deze innerlijke verandering zorgt ervoor dat het personage aan het einde van het boek niet meer dezelfde is als aan het begin.