Les over Taalverzorging - Woordsoorten

Les over Taalverzorging - Woordsoorten

Gemaakt door Ainstein
Taalverzorging - Woordsoorten
Deze video bestaat uit
  • WerkwoordWerkwoord
  • LidwoordLidwoord
  • Zelfstandig naamwoordZelfstandig naamwoord
  • Bijvoeglijk naamwoordBijvoeglijk naamwoord
  • VoorzetselVoorzetsel
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 02:47
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Wat zijn de belangrijkste woordsoorten in het Nederlands?

Leerdoelen

Je kunt uitleggen wat een woordsoort is.

Je kunt de vijf belangrijkste woordsoorten herkennen en benoemen.

Je kunt de kenmerken van een zelfstandig naamwoord opnoemen.

Je kunt uitleggen wat een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord is.

Wat zijn woordsoorten?

Een zin is opgebouwd uit losse woorden. Al die woorden horen bij een woordsoort. Het herkennen van de verschillende woordsoorten helpt je om zinnen beter te begrijpen en correct op te bouwen. In deze theorie bespreken we de vijf belangrijkste woordsoorten die je moet kennen.

De vijf belangrijkste woordsoorten

Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste woordsoorten met hun kenmerken en voorbeelden:

1. Werkwoord (ww)

Een werkwoord zegt wat iets of iemand doet of wat er met iemand of iets overkomt. Een werkwoord kan in verschillende vormen voorkomen.

2. Lidwoord (lw)

Er zijn drie lidwoorden in het Nederlands: de, het en een. Een lidwoord hoort altijd bij een zelfstandig naamwoord.

3. Zelfstandig naamwoord (zn)

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een mens, dier, plant of ding. Ook een naam is een zelfstandig naamwoord (zoals Amsterdam). Je kunt een zelfstandig naamwoord aan de volgende kenmerken herkennen:

Je kunt er vaak een lidwoord voor zetten (bijvoorbeeld: de auto).

Je kunt het vaak in het meervoud zetten (bijvoorbeeld: auto - auto's).

Je kunt er vaak een verkleinwoord van maken (bijvoorbeeld: fietsbel - fietsbelletje).

4. Bijvoeglijk naamwoord (bn)

Een bijvoeglijk naamwoord vertelt iets over een zelfstandig naamwoord. Het kan zowel voor als achter het zelfstandig naamwoord staan (bijvoorbeeld: "die blauwe trui is kapot"). Een speciale vorm is het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord. Dit zegt waarvan iets gemaakt is (bijvoorbeeld: "de zilveren ring").

5. Voorzetsel (vz)

Een voorzetsel is een kort woord dat vaak een tijd of plaats aangeeft. Voorbeelden van voorzetsels zijn: in, op, na, tijdens en door.