Les over Taalverzorging - Tegenwoordige en verleden tijd
Werkwoordspelling persoonsvorm

Hoe schrijf je de tegenwoordige en verleden tijd?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een persoonsvorm is en hoe je deze herkent in een zin.
•Je kunt de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd correct spellen in het enkelvoud en meervoud.
•Je kunt de persoonsvorm van zwakke en sterke werkwoorden in de verleden tijd juist schrijven.
Wat is een persoonsvorm?
De persoonsvorm (pv) is het werkwoord in de zin dat van tijd kan veranderen. De persoonsvorm staat in de tegenwoordige tijd (tt) of in de verleden tijd (vt). Je kunt de persoonsvorm gemakkelijk herkennen door de zin in een andere tijd te zetten (de tijdproef). Het werkwoord dat dan van vorm verandert, is de persoonsvorm.
De persoonsvorm in de tegenwoordige tijd
In de tegenwoordige tijd gelden er duidelijke regels voor het spellen van de persoonsvorm in het enkelvoud en meervoud:
Aantal | Regel | Voorbeelden |
|---|---|---|
Enkelvoud | ik-vorm bij ik | ik werk, loop ik |
Enkelvoud | ik-vorm bij je/jij achter de persoonsvorm | word je, luister jij |
Enkelvoud | ik-vorm + t voor de rest (jij, hij, zij, u, namen) | jij vindt, meneer Soares werkt, Lisa fietst |
Meervoud | het hele werkwoord | wij slapen, de leerlingen lachen |
De persoonsvorm in de verleden tijd
In de verleden tijd maken we onderscheid tussen zwakke werkwoorden en sterke werkwoorden.
Zwakke werkwoorden
Zwakke werkwoorden veranderen in de verleden tijd niet van klank. Je spelt ze door de ik-vorm te nemen en daar een uitgang achter te plakken:
Aantal | Regel | Voorbeelden |
|---|---|---|
Enkelvoud | ik-vorm + de | Jordy gooide, de appeltaart verbrandde |
Enkelvoud | ik-vorm + te | ik kookte, mijn vader sportte |
Meervoud | ik-vorm + den | jullie slenterden, alle kinderen raadden |
Meervoud | ik-vorm + ten | de wandelaars sjokten, wij praatten |
Om te bepalen of je de uitgang met een d of een t schrijft, gebruik je de regel van 't ex-kofschip (of 't kofschaap). Als de stam van het hele werkwoord (het hele werkwoord min -en) eindigt op een van de medeklinkers uit 't ex-kofschip (t, x, k, f, s, ch, p), dan gebruik je de uitgang met een t. In alle andere gevallen gebruik je de uitgang met een d.
Sterke werkwoorden
Sterke werkwoorden veranderen in de verleden tijd wel van klank. Je schrijft deze werkwoorden zo kort mogelijk.
•ik kocht (van kopen)
•mijn vrienden vonden (van vinden)
•de collega's bedachten (van bedenken)
•Tommie werd (van worden)