Leerdoelen
•Je kunt rekenen met de de Broglie-golflengte.
•Je kunt uitleggen wat een waarschijnlijkheidsverdeling is.
•Je kunt situaties beschrijven waarin buiging van golven optreedt en de werking van een elektronenmicroscoop daarmee verklaren.
•Je kunt de onzekerheidsrelatie van Heisenberg uitleggen en toepassen.
Wat is de de Broglie-golflengte?
De de Broglie-golflengte beschrijft hoe bewegende subatomaire deeltjes, zoals elektronen, zich als golven gedragen, vooral wanneer ze snel bewegen. De golflengte (
Hierin is:
•
•
•
De impuls (
Voor een foton (lichtdeeltje zonder massa):
•
•Hierin is
Voor een deeltje met massa (
•
•Hierin is m de massa van het deeltje in kilogram (kg) en v de snelheid in meter per seconde (m/s).
•De impuls kan ook worden uitgedrukt in termen van de kinetische energie (
Wanneer spelen kwantumeffecten een rol?
Kwantumeffecten treden op wanneer de golflengte van een bewegend deeltje van dezelfde orde van grootte is als, of groter dan, de omgevingsstructuren. Als de golflengte veel kleiner is dan de omgeving, gedraagt het deeltje zich als een klassiek deeltje. Voor macroscopische objecten in ons dagelijks leven zijn de de Broglie-golflengtes extreem klein, waardoor kwantumeffecten niet waarneembaar zijn.
Buiging van golven en elektronenmicroscoop
Buiging van golven is het verschijnsel dat golven van richting veranderen wanneer ze een kleine opening passeren of om een klein voorwerp heen bewegen.
•Buiging door een spleet: Als golven op een spleet vallen die klein is ten opzichte van de golflengte, gedraagt de spleet zich als een nieuwe bron en buigen de golven achter de spleet. Bij een grote spleet buigen de golven nauwelijks en gaan ze rechtdoor.
•Buiging om een voorwerp: Golven buigen gemakkelijk om voorwerpen heen als hun golflengte groter is dan de afmetingen van het obstakel. Als de golflengte kleiner is dan het obstakel, treedt er nauwelijks buiging op en ontstaat er een 'schaduw' achter het voorwerp.
Een bekend voorbeeld is geluid, waarvan de golflengte relatief groot is. Geluidsgolven buigen gemakkelijk om huizen en bomen heen, waardoor je iemand om de hoek kunt horen, maar niet kunt zien. Lichtgolven hebben een veel kleinere golflengte.

De elektronenmicroscoop
Met een lichtmicroscoop kun je zeer kleine structuren, zoals virussen, niet waarnemen. Dit komt doordat de golflengte van zichtbaar licht (honderden nanometer) groter is dan deze minuscule objecten, waardoor het licht eromheen buigt. Om deze reden wordt een elektronenmicroscoop gebruikt.
Een elektronenmicroscoop werkt door een bundel versnelde elektronen op het oppervlak of de inhoud van objecten te richten om ze af te beelden. Omdat elektronen zich ook als golven gedragen (de Broglie-golven) en een veel kleinere golflengte kunnen hebben dan licht, kunnen ze kleinere details oplossen.

Voorbeeldberekening van de de Broglie-golflengte van een elektron:
Stel, elektronen worden afgeschoten met een snelheid (
De impuls (
De de Broglie-golflengte (
Deze golflengte is 2,9 nanometer (nm). Deze golflengte is veel kleiner dan die van zichtbaar licht en klein genoeg om bijvoorbeeld virussen te bekijken.
De waarschijnlijkheidsverdeling en quantumgolf/golffunctie
De waarschijnlijkheidsverdeling geeft aan hoe groot de kans is dat een deeltje zich op een bepaalde plek bevindt. Dit concept komt voort uit experimenten zoals het tweespletenexperiment, waarbij deeltjes als golven een interferentiepatroon creëren. De pieken in dit patroon geven plaatsen aan waar de kans groot is dat een deeltje terechtkomt.
De golffunctie (
Zolang een elektron niet wordt waargenomen, bevindt het zich in een superpositie, wat betekent dat het in alle mogelijke posities tegelijkertijd kan bestaan. De golffunctie beschrijft al deze mogelijkheden. De waarschijnlijkheidsverdeling van de positie van een elektron is het kwadraat van de amplitude van de golffunctie (
De golffunctie bevat informatie over twee belangrijke eigenschappen van een deeltje:
•Positie (
•Impuls (


Wat is de onzekerheidsrelatie van Heisenberg?
De onzekerheidsrelatie van Heisenberg (ook wel onbepaaldheidsrelatie genoemd) stelt dat de positie (
Hier zijn twee illustraties van dit principe:
•Nauwkeurige impuls (onzekere positie):
Als de golffunctie van een deeltje een zuivere sinusgolf is, is de golflengte (
•Nauwkeurige positie (onzekere impuls):
Als de golffunctie een enkele piek heeft, zoals een golfpakket, weet je de positie (
De onzekerheidsrelatie van Heisenberg wordt wiskundig uitgedrukt als:
Hierin is:
•
•
•
•
Het product van de onzekerheid in positie en de onzekerheid in impuls is dus altijd groter dan of gelijk aan een bepaalde minimale waarde (
In het dagelijks leven merken we niets van de onzekerheidsrelatie van Heisenberg. Dit komt doordat de golflengtes van deeltjes om ons heen zo extreem klein zijn, dat de onzekerheid die het principe voorspelt verwaarloosbaar klein is in vergelijking met de schaal waarop we waarnemingen doen.
Gevolgen van de onzekerheidsrelatie
Een belangrijk gevolg is dat een deeltje, zelfs in een 'doos', nooit volledig stil kan liggen. Als een deeltje perfect stil zou liggen, zou
De onzekerheidsrelatie kan ook worden uitgebreid naar andere complementaire grootheden, zoals energie (
Dit betekent dat de onzekerheid in de energie van een systeem en de onzekerheid in de tijd waarover die energie bestaat, ook aan deze relatie voldoen.





