Het oog

Het oog

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 05:23
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Open vraag

Bij welk onderdeel van het oog staat het vraagteken?

Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt de belangrijkste onderdelen van het oog benoemen die relevant zijn voor natuurkunde.

Je kunt beschrijven hoe lichtstralen door het oog bewegen.

Je kunt uitleggen onder welke omstandigheden we scherp zien.

Je kunt het begrip accommoderen uitleggen en de rol van de ooglens hierbij beschrijven.

Je kunt het verschil tussen bijziendheid en verziendheid uitleggen.

Je kunt de oplossingen voor bijziendheid en verziendheid beschrijven.

De bouw van het oog

Ons oog bestaat uit verschillende onderdelen die samenwerken om licht op te vangen en om te zetten in beelden die onze hersenen kunnen interpreteren.

Hoornvlies: dit is het doorzichtige, beschermende laagje dat helemaal vooraan op je oog zit. Het is de eerste laag waar licht doorheen gaat.

Pupil: dit is het zwarte 'gaatje' in het midden van je oog. Eigenlijk zit hier niets; het is een opening waardoor licht naar binnen kan vallen.

Iris: dit is de gekleurde ring om de pupil heen. De iris regelt hoeveel licht er door de pupil naar binnen valt.

Ooglens: het doorzichtige onderdeel in je oog dat, net als een lens in een bril, lichtstralen kan afbuigen. Het is cruciaal voor scherp zicht.

Glasachtig lichaam: dit is de geleiachtige substantie die de binnenkant van je oog vult en het zijn vorm geeft.

Netvlies: dit is de lichtgevoelige laag aan de achterkant van je oog. Hierop vallen de lichtstralen die door de lens zijn afgebogen. Het netvlies zet licht om in elektrische signaaltjes.

Oogzenuw: deze zenuw stuurt de elektrische signaaltjes van het netvlies door naar je hersenen, zodat je hersenen begrijpen wat je ziet.

Een duidelijke doorsnede van het menselijk oog met alle bovengenoemde onderdelen gelabeld.
Een duidelijke doorsnede van het menselijk oog met alle bovengenoemde onderdelen gelabeld.

Hoe zien we scherp?

Om scherp te kunnen zien, moeten de lichtstralen die van een voorwerp komen precies op het netvlies samenkomen. De ooglens speelt hierbij een hoofdrol. Licht kan op veel verschillende manieren in je oog komen: van ver weg of dichtbij, schuin of recht. De lens moet ervoor zorgen dat al deze lichtstralen, ongeacht hun oorsprong, op de juiste plek op het netvlies terechtkomen.

Accommoderen: scherp zien op elke afstand

Je oog heeft een bijzonder vermogen om zich aan te passen aan de afstand van een voorwerp. Dit noemen we accommoderen. Rondom je ooglens zitten kleine spiertjes. Deze spiertjes kunnen de vorm van de lens veranderen:

Als de lens boller wordt, buigt deze het licht sterker af. Dit is nodig om voorwerpen dichtbij scherp te zien.

Als de lens platter wordt, buigt deze het licht minder sterk af. Dit is nodig om voorwerpen ver weg scherp te zien.

Door te accommoderen zorgt je oog ervoor dat de lichtstralen altijd precies op het netvlies vallen, of het licht nu van dichtbij of veraf komt. Zo zie je altijd scherp.

Een bolle lens die de lichtstralen afbuigt.
Een bolle lens die de lichtstralen afbuigt.

Oogafwijkingen: bijziendheid en verziendheid

Soms werkt het accommoderen niet goed, of is de vorm van het oog niet optimaal. Dan kan het licht niet meer precies op het netvlies vallen, wat leidt tot onscherp zicht. De twee meest voorkomende afwijkingen zijn bijziendheid en verziendheid.

Bijziendheid

Iemand die bijziend is, kan voorwerpen dichtbij goed zien, maar voorwerpen ver weg niet scherp waarnemen. De naam "bijziend" betekent dus: goed zien bij je in de buurt.

Oorzaken van bijziendheid:

Het oog is te lang (te groot).

De ooglens is te sterk (buigt het licht te veel af).

De lichtstralen van verre voorwerpen worden al vóór het netvlies gebundeld. Tegen de tijd dat ze het netvlies bereiken, zijn ze alweer uit elkaar gelopen, waardoor het beeld onscherp is.

Om bijziendheid te corrigeren, wordt een negatieve lens (ook wel een min-lens genoemd) gebruikt. Een negatieve lens heeft de eigenschap dat het lichtstralen laat divergeren (uit elkaar spreiden). Door een negatieve lens voor het oog te plaatsen, worden de lichtstralen al iets uit elkaar gespreid voordat ze het oog binnengaan. Hierdoor hoeft de ooglens minder hard te werken en vallen de lichtstralen alsnog precies op het netvlies.

Voorbeeld: Als je in de les het bord niet meer kunt lezen, betekent dit dat je niet goed ver weg kunt zien. Je bent dan bijziend en hebt een min-bril nodig.

Lichtstralen bij een bijziend oog (convergeren vóór het netvlies in het rood) en de correctie met een negatieve lens (divergeren eerst, dan convergeren op het netvlies in het blauw).
Lichtstralen bij een bijziend oog (convergeren vóór het netvlies in het rood) en de correctie met een negatieve lens (divergeren eerst, dan convergeren op het netvlies in het blauw).

Verziendheid

Iemand die verziend is, kan voorwerpen ver weg goed zien, maar heeft moeite met het scherpstellen op voorwerpen dichtbij. De naam "verziend" betekent dus: goed zien in de verte.

Oorzaken van verziendheid:

Het oog is te kort (te klein).

De ooglens is te slap (buigt het licht te weinig af). Dit komt vaak voor bij oudere mensen, omdat de spieren rond de lens slapper worden en de lens minder bol kan worden.

De lichtstralen van dichtbije voorwerpen worden pas achter het netvlies gebundeld. Op het netvlies zelf is het beeld daardoor onscherp.

Om verziendheid te corrigeren, wordt een positieve lens (ook wel een pluslens genoemd) gebruikt. Een positieve lens heeft de eigenschap dat het lichtstralen laat convergeren (naar elkaar toe buigen). Door een positieve lens voor het oog te plaatsen, worden de lichtstralen al een beetje naar elkaar toe gebogen voordat ze het oog binnengaan. Hierdoor hoeft de ooglens minder hard te werken en vallen de lichtstralen alsnog precies op het netvlies. Dit is waarom veel oudere mensen een leesbril (met positieve lenzen) nodig hebben om dichtbij te kunnen lezen.

Lichtstralen bij een verziend oog (convergeren na het netvlies in het rood) en de correctie met een positieve lens (convergeren eerst op hoornvlies, dan convergeren op het netvlies in het blauw).
Lichtstralen bij een verziend oog (convergeren na het netvlies in het rood) en de correctie met een positieve lens (convergeren eerst op hoornvlies, dan convergeren op het netvlies in het blauw).
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo