Video's, samenvattingen, oefenen, AI-tutor, woordjes leren en examentraining
Samenvatting
Wat is weerstand?
Weerstand, aangeduid met de letter R, is een belangrijke concept in de natuurkunde, vooral als het gaat om elektrische stroom. Weerstand meet hoe moeilijk het is voor elektronen om door een materiaal of apparaat te bewegen. De eenheid van weerstand is ohm (Ω).
Stel je voor dat je als elektron op een fiets een modderig bospad moet berijden. Je zult merken dat deze weg veel weerstand biedt: het is moeilijk om vooruit te komen. Dit is vergelijkbaar met het gedrag van elektronen in een elektrische stroom.
Geleiders zoals koperdraad bieden weinig weerstand en zijn dus goed in staat om elektriciteit door te laten. Isolatoren daarentegen hebben een hoge weerstand omdat ze geen vrije ladingsdragers hebben, waardoor elektronen niet makkelijk kunnen stromen.
Soortelijke weerstand
De soortelijke weerstand ρ is een stofeigenschap en hangt af van het materiaal waarvan de draad is gemaakt. Als je ook de lengte van de draad en de dwarsdoorsnede weet, kan je de weerstand R berekenen: R=\frac{\rho\cdot l}{A}R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R(bij een constante temperatuur).
R is de weerstand (Ω).
ρ is de soortelijke weerstand (Ωm) (TB 8, 9 en 10A).
l is de lengte (m).
A is de dwarsdoorsnede (m2). Dit bereken je als volgt: r=\frac{1}{2}dr=r=r=r=r=r=r=r=r=r=r=r=r=r, A=\pi r^2=\frac{1}{4}\pi d^2A=\pi r^2=\frac{1}{4}\pi dA=\pi r^2=\frac{1}{4}\piA=\pi r^2=\frac{1}{4}A=\pi r^2=\frac{1}{4}A=\pi r^2=\frac{1}{4}A=\pi r^2=\frac{1}{4}A=\pi r^2=A=\pi r^2=A=\pi r^2=A=\pi r^2=A=\pi r^2=A=\pi r^2=A=\pi r^2=A=\pi r^2=A=\pi r^2=A=\pi r^2=A=\pi r^2=A=\pi r^2=A=\pi r^2A=\pi r^2A=\pi rA=\piA=A=A=A=A.
Let bij deze formule erop dat de eenheden overeenkomen en kloppen!
Als je een grote weerstand hebt geeft dit warmte: temperatuurstijging van het apparaat/de draad.
Als we de lengte l van de draad vergroten, wat gebeurt er dan met de weerstand? Omdat l boven de deelstreep staat, wordt R ook twee keer zo groot als l twee keer zo groot wordt. Dit geldt ook voor de soortelijke weerstand ρ.
Als we de dwarsdoorsnede A vergroter, wat gebeurt er dan met de weerstand? Omdat A onder de deelstreep staat, wordt R twee keer zo klein als A twee keer zo groot wordt.
Formule omschrijven
De formule is op drie andere manieren te schrijven:
1.De weerstand is een grootheid: dit gaat over een eigenschap van een voorwerp of een draad (let op het verschil tussen elektrische weerstand en soortelijke weerstand)
2.De weerstand is een component: dit gaat over een apparaat of draad zelf
De wet van Ohm geeft het verband tussen spanning, stroomsterkte en weerstand weer: R=\frac{U}{I}R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=Rof U=I\cdot RU=I\cdotU=IU=U. Als je de spanning uitzet tegen de stroomsterkte, dan krijg je bij een Ohmse weerstand een lineaire lijn.
Ohmse weerstand
Een Ohmse weerstand heeft betrekking op een voorwerp waarbij de waarde van de weerstand vast is. Hierbij hoort dus de formule .
Voorbeelden van Ohmse weerstanden zijn:
1.Metalendraadweerstand: de weerstand van een draad bij constante temperatuur, bijv. een constantaandraad.
2.Koolweerstand: wordt gebruikt in elektronica.
3.Regelbare weerstand of schuifweerstand met R variërend tussen 0 en max. Ω (ook wel een spanningsdeler).
Niet-Ohmse weerstand
Een niet-Ohmse weerstand heeft betrekking op een voorwerp waarbij de waarde van de weerstand variabel is.
Voorbeelden van niet-Ohmse weerstanden zijn:
1.PTC: de weerstand wordt groter naarmate de temperatuur stijgt.
2.NTC: de weerstand wordt kleiner naarmate de temperatuur stijgt.
3.LDR: bij licht daalt de waarde van de weerstand.
4.Diode: de stroom gaat lopen vanaf een drempelspanning en kan maar in één richting.
5.LED: Licht Emitting Diode.
Voorbeeld
Een gloeidraad van een lampje is gemaakt van wolfraam. De lengte van de draad is 4,0 m en de diameter is 0,20 mm. Het lampje is niet aangesloten op een spanningsbron. Bereken de weerstand van de draad.
We gebruiken hiervoor de formule . We zoeken in de Binas de soortelijke warmte van wolfraam op. We vinden \rho = 55 \cdot 10^{-9}Ωm. De diameter rekenen we eerst om naar meter en gebruiken we om A te berekenen en dit vullen we in in de formule. R=\frac{\rho\cdot l}{A}=\frac{55\cdot10^{-9}\cdot4,0}{\frac{1}{4}\cdot\pi\cdot(0,20\cdot10^{-3})^2}=7{,}0R=\frac{\rho\cdot l}{A}=\frac{55\cdot10^{-9}\cdot4,0}{\frac{1}{4}\cdot\pi\cdot(0,20\cdot10^{-3})^2}=7{,}R=\frac{\rho\cdot l}{A}=\frac{55\cdot10^{-9}\cdot4,0}{\frac{1}{4}\cdot\pi\cdot(0,20\cdot10^{-3})^2}=7R=\frac{\rho\cdot l}{A}=\frac{55\cdot10^{-9}\cdot4,0}{\frac{1}{4}\cdot\pi\cdot(0,20\cdot10^{-3})^2}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=\frac{55\cdot10^{-9}\cdot4,0}{\frac{1}{4}\cdot\pi\cdot(0,20\cdot10^{-3})^2}R=\frac{\rho\cdot l}{A}=\frac{55\cdot10^{-9}\cdot4,0}{\frac{1}{4}\cdot\pi(0,20\cdot10^{-3})^2}R=\frac{\rho\cdot l}{A}=\frac{55\cdot10^{-9}\cdot4,0}{\frac{1}{4}\cdot\pi(0,20\cdot10^{-3})^2}R=\frac{\rho\cdot l}{A}=\frac{55\cdot10^{-9}\cdot4,0}{\frac{1}{4}\cdot\pi(0,20\cdot10^{-3})^2}R=\frac{\rho\cdot l}{A}=\frac{55\cdot10^{-9}\cdot4,0}{\frac{1}{4}\cdot\pi(0,20\cdot10^{-3})^2}R=\frac{\rho\cdot l}{A}=\frac{55\cdot10^{-9}\cdot4,0}{\frac{1}{4}\cdot\pi(0,20\cdot10^{-3})^2}R=\frac{\rho\cdot l}{A}=\frac{55 \cdot10^{-9}\cdot4,0}{\frac{1}{4} \cdot\pi(0,20\cdot10^{-3})^2}R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=R=\frac{\rho\cdot l}{A}=Ω.
De gloeidraad wordt vervolgens wel aangesloten op een spanningsbron. De stroomsterkte door de draad wordt gemeten bij verschillende spanningen. Bij de meetresultaten wordt een grafiek gemaakt.
Verklaar de vorm van de grafiek.
Dit is een niet-Ohmse weerstand, wat betekent dat de weerstand toeneemt bij een hogere spanning.
Wat is de weerstand bij U = 4 V in bovenstaande grafiek?
We lezen op U = 4 de bijbehorende I-waarde af. Dit is 0,27. Dit kunnen we invullen in de formule R=\frac{U}{I}R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R=R, dan krijgen we R=\frac{U}{I}=\frac{4}{0,27}=14{,}8R=\frac{U}{I}=\frac{4}{0,27}=14{,}8R=\frac{U}{I}=\frac{4}{0,27}=14{,}R=\frac{U}{I}=\frac{4}{0,27}=14R=\frac{U}{I}=\frac{4}{0,27}=1R=\frac{U}{I}=\frac{4}{0,27}=R=\frac{U}{I}=\frac{4}{0,27}R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=\frac{4{}{0,27}=14,8 \OR=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=R=\frac{U}{I}=Ω.
Verberg docent
00:00
Afspelen
Geluid uitzetten
Volume
Afspeelsnelheid
00:00 / 15:14
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Margriet Stolwijk
Oefenen
Opgaven (10)
Begrippen (10)
Gatenkaas
[Gebaseerd op eindexamenvraag havo 2017-II opgave 2 ‘Stretchsensor’, vraag 9]
Een stretchsensor is een sensor die wordt gebruikt om een lichaamsbeweging om te zetten in een computerbeeld. Een stretchsensor bevat een strookje rekbaar materiaal, waarvan de elektrische weerstand verandert als het wordt uitgerekt. In de figuur hieronder is het schakelschema gegeven van de stretchsensor.
Het strookje rekbaar materiaal wordt weergegeven als R_{1}. Als dit strookje wordt uitgerekt, neemt de grootte van de elektrische weerstand van R_{1} toe. R_{1} is in serie geschakeld met een weerstand R_{2} met een vaste waarde. Er wordt een voltmeter aangesloten. De spanning die de voltmeter aangeeft, is het signaal van de sensor. Dit signaal moet veranderen met het veranderen van de lengte van R_{1}. De voltmeter kan aangesloten worden over de punten ab, bc of ac.
Typ in elke zin het juiste alternatief. Kies uit: 'neemt toe', 'neemt af' of 'blijft gelijk'.
De spaning over ab als R1 uitrekt.
De spanning over bc als R1 uitrekt.
De spanning over ac als R1 uitrekt.
Elektrische weerstand
Een grootheid die aangeeft hoe moeilijk elektronen door een apparaat of draad kunnen stromen.
Soortelijke weerstand (Rho)
Een stofeigenschap die afhangt van het materiaal waar de draad van is gemaakt.
Wet van Ohm
Een wet die het verband beschrijft tussen spanning, stroomsterkte en weerstand: R = U/I.
Ohmse weerstand
Een voorwerp waarbij de waarde van de weerstand constant is en de wet van Ohm volgt.
Niet-Ohmse weerstand
Een voorwerp waarbij de waarde van de weerstand variabel is en kan veranderen door externe factoren.
PTC
Een weerstand die groter wordt naarmate de temperatuur stijgt.
NTC
Een weerstand die kleiner wordt naarmate de temperatuur stijgt.
LDR
Een weerstand waarvan de waarde daalt als er licht op valt.
Diode
Een component waar stroom slechts in één richting doorheen kan stromen vanaf een drempelspanning.
LED
Een light emitting diode die licht uitstraalt als er stroom doorheen gaat.
Elektrische weerstand: uitleg, samenvatting en oefenen
Krijg de beste uitleg over diode, draadweerstand, geleidbaarheid, geleider, geleiders, gloeilamp, isolator, isolatoren, koolweerstand, ldr, led, metalen draadweerstand, metalendraadweerstand, niet-ohmse, niet-ohmse weerstand, ntc, ohm, ohmse weerstand, ptc, regelbare, schuifweerstand, siemens, soortelijke, soortelijke weerstand, weerstand, weerstanden, wet van ohm en wolfraamdraad. Op deze pagina vind je:
Uitleg: stap-voor-stap uitleg over de theorie, voorbeelden, tips en veelgemaakte fouten.
Een samenvatting: leerdoelen, kernbegrippen, stappen en voorbeelden over Elektrische weerstand.
Oefenen: meerkeuze & open vragen met feedback, passend bij HAVO 4 - 5.
Ondersteund door Ainstein, onze AI-hulp die je vragen stap voor stap beantwoordt.
4,8
Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool
Helemaal compleet!
Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!
Heel overzichtelijk
Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.
Beter dan YouTube
Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.
Waarom kies je voor JoJoschool?
Hoger scoren
86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.
Betaalbaar en beter
Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.
Sneller begrijpen
83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.