Lise Meitner (1878-1968, zie figuur 1) werd in totaal 48 maal genomineerd voor een Nobelprijs, maar kreeg de prijs nooit.
Rond 1910 deed Meitner onderzoek naar de eigenschappen van$\beta^{-}-straling. Ze gebruikte hierbij preparaten met thorium.
Het bestaan van isotopen was in die tijd nog niet bekend. Nu weten we dat het preparaat niet alleen het instabiele Thorium-232 bevatte, maar ook alle vervalproducten van Thorium-232 (ook wel de vervalreeks genoemd). Deze vervalreeks eindigt bij het stabiele isotoop Pb-208.

In de vervalreeks van Th-232 zitten meerdere$\beta^{-}-stralers. Meitner was vooral geïnteresseerd in twee specifieke$\beta^{-}-stralers. Omdat Meitner nog niet in staat was om de afzonderlijke isotopen in het preparaat te identificeren, noemde ze deze$\beta^{-}-stralers 'Th-A' en 'Th-B'. Zie figuur 2, de isotoop 'X' is een onbekende$\alpha-straler.

