Vraag 25
Met opgeheven hoofd je examens in
  • Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
  • Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
  • Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
2 punten
Open vraag

De onderste snaar in figuur 1 is de E-snaar. Na aanstrijken hiervan ontstaat in de snaar een staande transversale golf met knopen op de kam en op het kielhoutje. Zie figuur 1. De frequentie van de grondtoon van de E-snaar is660\,\text{Hz}.


Voor de frequenties van de tonen van een snaar geldt:

f_{n}=n f_{\text {grondtoon }}(1)

Hierin is{ }_{n}een positief geheel getal, waarbijn=1de grondtoon aangeeft enn=2{,}3, \ldotsde boventonen.


Naast de E-snaar bevindt zich de A-snaar. De frequentie van de grondtoon van de A-snaar is lager dan die van de E-snaar. Wanneer de viool zuiver gestemd is, is de verhouding van deze frequenties2: 3. Door deze manier van stemmen zijn er frequenties die zowel bij een boventoon van de A-snaar horen als bij een boventoon van de E-snaar.

Geef twee van die frequenties. Licht je antwoord toe.

Op deze pagina behandelen we vraag 25 van het centraal examen natuurkunde vwo 2022 – tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Viool, en is 2 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden