Vraag 25
Slaag gegarandeerd met ExamenBoost
  • Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
  • Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
2 punten
Open vraag

De onderste snaar in figuur 1 is de E-snaar. Na aanstrijken hiervan ontstaat in de snaar een staande transversale golf met knopen op de kam en op het kielhoutje. Zie figuur 1. De frequentie van de grondtoon van de E-snaar is660\,\text{Hz}660\,\text{sHz}660\,\text{sH}660\,\text{s}660\,660660660660H.


Voor de frequenties van de tonen van een snaar geldt:

f_{n}=n f_{\text {grondtoon }}(1)

Hierin is${ }_{n}een positief geheel getal, waarbij$n=1de grondtoon aangeeft en$n=2{,}3, \ldotsde boventonen.


Naast de E-snaar bevindt zich de A-snaar. De frequentie van de grondtoon van de A-snaar is lager dan die van de E-snaar. Wanneer de viool zuiver gestemd is, is de verhouding van deze frequenties$2: 3. Door deze manier van stemmen zijn er frequenties die zowel bij een boventoon van de A-snaar horen als bij een boventoon van de E-snaar.

Geef twee van die frequenties. Licht je antwoord toe.

Op deze pagina behandelen we vraag 25 van het centraal examen natuurkunde vwo 2022 tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Viool, en is 2 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden