uitkomst:$P_{\mathrm{el}}=4{,}7 \cdot 10^{3} \mathrm{~W}(met een marge van0{,}8\cdot10^3~W)
voorbeeld van een bepaling:
3 zonnepanelen hebben samen een lengte van$6{,}5 \mathrm{~m}. Uit de foto blijkt dat deze lengte ongeveer drie keer zo groot is als de breedte. Dus geldt voor de oppervlakte van 3 zonnepanelen:$A=6{,}5 \cdot \frac{6{,}5}{3}=14 \mathrm{~m}^{2}.
Voor het vermogen dat op de twee zonnepanelen valt, geldt (bij loodrechte inval):$P_{\text {stral }}=2 \cdot 14 \cdot 1{,}4 \cdot 10^{3}=3{,}9 \cdot 10^{4} \mathrm{~W}.
Voor het maximale elektrisch vermogen dat de zonnepanelen leveren geldt dus:$P_{\mathrm{el}}=0{,}12 \cdot 3{,}9 \cdot 10^{4}=4{,}7 \cdot 10^{3} \mathrm{~W}.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt: