Een spectaculair onderdeel van veel achtbanen is de looping. Als het treintje van de achtbaan vanaf punt A door de looping beweegt, gaat de passagier 'over de kop'. Zie figuur 1.



Margriet Stolwijk
Een spectaculair onderdeel van veel achtbanen is de looping. Als het treintje van de achtbaan vanaf punt A door de looping beweegt, gaat de passagier 'over de kop'. Zie figuur 1.

De passagier beweegt in baandeel in een halve cirkel met een diameter van$11{,}0 \mathrm{~m}.
Als de passagier zich in het hoogste punt van de looping bevindt (en dus ondersteboven hangt), mag hij niet uit het treintje vallen.
Hiervoor moet het treintje in het hoogste punt van de looping minimaal een bepaalde snelheid hebben.
Bereken deze snelheid.
Op deze pagina behandelen we vraag 2 van het centraal examen natuurkunde vwo 2021 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Looping, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: