Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
Lees onderstaand artikel
Water is een noodzakelijke voorwaarde voor leven op onze planeet. Volgens veel wetenschappers is water niet op aarde ontstaan, maar is het op aarde 'aangeleverd' door een groot aantal inslagen van kometen, planetoïden en meteoren. Deze bevatten ijs dat oorspronkelijk in koude interstellaire gaswolken met een temperatuur van 10 K is gevormd.
4 punten
Open vraag
Uit spectroscopische analyses van een aantal kometen en planetoïden blijkt dat deze water bevatten met dezelfde isotopenverhouding van waterstof ({ }_{1}^{1} \mathrm{H}) en deuterium ({ }_{1}^{2} \mathrm{D}={ }_{1}^{2} \mathrm{H}) als op aarde.
Men neemt aan dat water gevormd is in 'interstellaire wolken' bij een temperatuur van 10 K. Eén van de reacties voor watervorming is:
Deze reactie vindt plaats aan het oppervlak van microscopische stofdeeltjes waarbij ijsmantels om de stofdeeltjes worden gevormd. Zoals bij veel reacties moet ook bij deze reactie een activeringsenergieE_{\mathrm{a}}overwonnen worden. Zie figuur 1.
Over deze reactie zijn twee theorieën opgesteld.
•theorie 1 De activeringsenergieE_{\mathrm{a}}wordt geleverd door de thermische energie van de betrokken deeltjes. Bij 2100 K hebben de deeltjes een gemiddelde thermische energie van 0,18 eV.
•theorie 2 De energiebarrière wordt doorbroken door het quantum-tunneleffect.
over theorie 1
De waarschijnlijkheidWdat de reactie optreedt volgens theorie 1 is alleen afhankelijk van de temperatuurT. In figuur 2 is deze waarschijnlijkheidWweergegeven als functie van\frac{1}{T}
figuur 1figuur 2
Voer de volgende opdrachten uit:
Bepaal met behulp van figuur 2 de verhouding van de waarden van W bij 10 K en bij 2100 K.
Leg hiermee uit dat theorie 1 geen goede verklaring geeft voor het ontstaan van water bij 10 K.
Beoordeling
voorbeeld van een antwoord:
\begin{itemize} \item[-] Bij 10 K isT^{-1}gelijk aan 0,1 : de waarschijnlijkheidWis dus10^{-90}. Bij 2100 K isT^{-1}gelijk aan 0,0005 : de waarschijnlijkheidWis dan te schatten als 1.
De verhouding tussen de twee waarden vanWis dus10^{90}(of10^{-90}).
\item[-] Dus de kans is (in verhouding) zo klein dat theorie 1 geen goede verklaring geeft voor het ontstaan van water bij 10 K.
\end{itemize} \item[-] aflezen vanWbijT=10 \mathrm{~K}(tussen10^{-88}en10^{-92}) \item[-] aflezen vanWbijT=2100 \mathrm{~K}(tussen10^{-2}en10^{+2}) \item[-] completeren van de bepaling \item[-] consequente conclusie \end{itemize} Opmerking Bij deze vraag hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
Opmerking
Bij deze vraag hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.
Op deze pagina behandelen we vraag 8 van het centraal examen natuurkunde vwo 2018 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Water uit de ruimte, en is 4 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
Oude antwoorden terugzien
Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden