Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
Stel vragen en krijg direct antwoord
Bestand aan het laden...
Met een beugel kan de stand van tanden aangepast worden. Langs de tanden wordt een draad gespannen die via een slotje tegen de tanden drukt. Zie figuur 1.
figuur 1
Op de uitwerkbijlage is een kaak met een beugel schematisch weergegeven.
De spankracht$F_{\text {span }}in de draad zorgt voor een kracht$F_{\text {tand }}op tand P.
Hierdoor beweegt tand P langzaam in de richting van$F_{\text {tand }}. Hoek$\alphawordt dan kleiner. Tijdens het verplaatsen van tand P wordt$F_{\text {span }}in de draad gelijk gehouden door de draad steeds iets verder in te korten.
3 punten
Open vraag
Een beugel wordt ook gebruikt om de stand van de kaak aan te passen.
Om ervoor te zorgen dat de boven- en onderkaak goed op elkaar aansluiten, worden de boven- en onderkaak door elastiekjes met elkaar verbonden. Zie figuur 2.
figuur 2
Door een elastiekje wordt een kracht$F_{\text {elastiek }}uitgeoefend op de onderkaak.
Op de uitwerkbijlage is deze kracht getekend. Het elastiekje zorgt voor een moment zodat de kaak na verloop van tijd een stukje om draaipunt D gaat draaien.
Na het aanbrengen van het elastiekje oefent het een moment uit. De kaak oefent een tegengesteld moment uit van37\cdot10^{-3}\operatorname{Nm}37\cdot10^{-3}\operatorname{cNm}37\cdot10^{-3}\operatorname{cm}37\cdot10^{-3}c37\cdot10^{-3}37\cdot10^{-3}\,37\cdot10^{-3}\,c37\cdot10^{-3}\,cm37\cdot10^{-3}\,c37\cdot10^{-3}\,37\cdot10^{-3}37\cdot10^{-3}37\cdot10^{-3}37\cdot10^{-3}37\cdot10^{-3}37\cdot10^{-3}N$37 \cdot 10^{-3} \mathrm{Nm}. Er is momentenevenwicht. Er kan uit verschillende elastiekjes worden gekozen.
In de tabel in figuur 3 is voor vier elastiekjes de spankracht gegeven die ze op de kaak kunnen uitoefenen.
figuur 3
elastiekje
$\boldsymbol{F}(\mathbf{N})
1
0{,}808
2
1{,}212
3
1{,}414
4
1{,}818
Figuur 2 staat op ware grootte op de uitwerkbijlage.
Voer de volgende opdrachten uit:
•Teken in de figuur op de uitwerkbijlage de arm van kracht$F_{\text {elastiek }}.
•Bepaal met behulp van de figuur 3 welk elastiekje gebruikt moet worden.
Beoordeling
voorbeeld van een antwoord:
•De lengte van de arm is$2{,}1 \mathrm{~cm}. Hieruit volgt voor het moment:$F_{1} r_{1}=F_{2} r_{2} \rightarrow 37 \cdot 10^{-3}=F_{2} \cdot 2{,}1 \cdot 10^{-2} \rightarrow F_{2}=1{,}8 \mathrm{~N}. Hiervoor is elastiekje 4 nodig.
Op deze pagina behandelen we vraag 23 van het centraal examen natuurkunde havo 2025 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Beugel, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
Oude antwoorden terugzien
Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden