voorbeelden van een antwoord:
methode 1
Als Elysium even groot lijkt als de maan, moeten de twee gegeven driehoeken gelijkvormig zijn.
Er geldt dan voor de hoogte waarop Elysium zich moet bevinden:
$\frac{D_{\mathrm{M}}}{D_{\text {Elysium }}}=\frac{h_{\mathrm{M}}}{h_{\text {Elysium }}} \rightarrow \frac{3{,}5 \cdot 10^{6}}{64 \cdot 10^{3}}=\frac{3{,}8 \cdot 10^{8}}{h_{\text {Elysium }}} \rightarrow$h_{\text {Elysium }}=6{,}9 \cdot 10^{6} \mathrm{~m}(=6{,}9 \cdot 10^{3} \mathrm{~km}).
Dit is lager dan de geostationaire baan.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
of
methode 2
Voor de hoek waaronder je de maan ziet geldt:
\tan\alpha=\frac{3{,}5\cdot10^6}{3{,}8\cdot10^8}\rightarrow\alpha=0{,}53\degree.
Voor de hoek waaronder je Elysium ziet als deze zich in de geostationaire baan zou bevinden geldt:
\tan\alpha=\frac{64\cdot10^3}{36\cdot10^6}\rightarrow\alpha=0{,}10\degree.
Deze hoeken zijn niet hetzelfde, Elysium kan zich dus niet in de geostationaire baan bevinden.
➤ Indien correct 1 punt:
➤ Indien correct 1 punt:
Opmerkingen
•Wanneer is gerekend met de sinus (kleine hoekenbenadering), dit niet aanrekenen.
•Er hoeft geen rekening gehouden te worden met significantie.