Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe wit licht gesplitst wordt.
•Je kunt de kleuren van het spectrum benoemen.
•Je kunt het verschil tussen infrarood en ultraviolet herkennen en benoemen.
•Je kunt de begrippen additief en subtractief bij mengen uitleggen.
•Je kunt voorspellen welke kleur iets wordt bij mengen.
Wit licht en het prisma
Wit licht is een mengsel van alle kleuren bij elkaar. Je kunt dit zien als je wit licht door een speciaal voorwerp laat schijnen: een prisma. Een prisma is een soort glazen driehoek. Als wit licht erin schijnt, komt er aan de andere kant licht met alle kleuren uit. Het prisma splitst dus het witte licht in zijn losse kleuren.

De kleuren van het spectrum
De kleuren die uit het prisma komen, noemen we het spectrum. Dit zijn alle kleuren die wij als mens kunnen zien. Ze lijken precies op de kleuren van een regenboog! Om de volgorde van deze kleuren makkelijk te onthouden, is er een ezelsbruggetje: ROGBBIV. Dat staat voor:
•Rood
•Oranje
•Geel
•Groen
•Blauw
•Indigo
•Violet

Onzichtbaar licht
Niet al het licht dat bestaat, kunnen wij zien. Er zijn ook soorten licht die wij niet met onze ogen kunnen waarnemen.
Ultraviolet (UV)
Ultraviolet licht zit 'na' violet in het spectrum. We noemen het ook wel uv-straling. Uv-straling is nuttig, maar kan ook schadelijk zijn. Denk maar aan de zon: de uv-straling van de zon kan je huid verbranden, daarom is het belangrijk om je in te smeren met zonnebrandcrème.
UV-straling kan ook een bijzonder effect veroorzaken: fluoresceren. Dit zie je bijvoorbeeld bij sommige kwallen die oplichten, of bij neonsticks die je breekt. Ook als er een speciale uv-lamp op een wit T-shirt schijnt, lijkt het shirt ineens heel fel blauw op te lichten. Dit is allemaal fluorescerend licht.

Infrarood (IR)
Infrarood licht zit 'voor' rood in het spectrum. We noemen het ook wel IR-straling. Infrarood is heel anders dan ultraviolet: het is namelijk niet schadelijk. Infrarood is eigenlijk gewoon warmte.
Je kent infrarood misschien wel van een warmtecamera. Zo'n camera maakt foto's waarop je kunt zien waar warmte vandaan komt. Plekken die veel warmte afgeven, zijn vaak rood op de foto, terwijl koudere plekken blauw zijn.

Kleuren mengen
Je kunt kleuren op twee manieren mengen: met verf of met licht. Het werkt op elk van deze manieren heel anders!
Subtractieve kleurmenging
Subtractieve kleurmenging gebeurt als je kleuren van elkaar afhaalt. Dit gebeurt bij alles wat met pigmenten te maken heeft, zoals verf of inkt. Als je verf mengt, worden de kleuren donkerder. De pigmenten in de verf absorberen (nemen op) bepaalde kleuren licht, waardoor je minder van het oorspronkelijke licht terugziet.

Denk maar aan de kleuterschool: als je blauwe en gele verf mengt, krijg je groen. Als je heel veel kleuren verf door elkaar mengt, wordt het uiteindelijk een vieze bruine of zelfs zwarte kleur. Dit komt omdat er steeds minder licht wordt weerkaatst.
Stel, je draagt een rood shirt. De kleur rood van je shirt komt doordat het pigment in je shirt rood licht weerkaatst en alle andere kleuren absorbeert. Als er nu alleen blauw licht op jouw rode shirt schijnt, kan het shirt geen blauw licht weerkaatsen (want het weerkaatst alleen rood). Het shirt zal al het blauwe licht absorberen. Daardoor lijkt je rode shirt nu zwart!
Additieve kleurmenging
Additieve kleurmenging is het tegenovergestelde: hierbij tel je de kleuren juist bij elkaar op. Dit gebeurt alleen bij licht. Als je verschillende kleuren licht mengt, krijg je juist lichtere kleuren. Dit komt doordat je meer licht bij elkaar optelt.

Het meest opvallende voorbeeld is wit licht: alle kleuren van het spectrum, als je ze als licht bij elkaar optelt, vormen samen wit licht. Dit zie je bijvoorbeeld op een tv-scherm of beamer: kleine puntjes rood, groen en blauw licht worden gemengd om alle andere kleuren te maken, en samen maken ze wit.













