Leerdoelen
•Je kunt het verschil tussen natuurlijke lichtbronnen en kunstmatige lichtbronnen benoemen.
•Je kunt voorbeelden van lichtbronnen geven.
•Je kunt de begrippen absorberen, doorlaten en terugkaatsen uitleggen.
•Je kunt diffuse terugkaatsing en spiegelende terugkaatsing herkennen en beschrijven.
Wat is licht en hoe teken je het?
Licht is een vorm van straling die we kunnen zien. Je kent vast het woord "lichtstralen" wel. Dit zijn de stralen die vanuit een lichtbron naar een voorwerp gaan. Denk aan de zon die stralen uitzendt, of een lamp in je kamer.
Lichtstralen
Lichtstralen teken je altijd als pijlen, omdat die precies aangeven welke kant het licht op gaat: altijd weg van de bron, richting een voorwerp. Gebruik hiervoor je geodriehoek zodat je strakke, rechte lijnen krijgt. Vergeet het pijltje in de lijn niet; zonder die 'richtingaanwijzer' is het officieel geen lichtstraal en dan krijg je er geen punten voor op de toets.

De soorten lichtbronnen
Er zijn twee soorten lichtbronnen: natuurlijke en kunstmatige. Het verschil zit in hoe ze ontstaan.
Natuurlijke lichtbronnen
Dit zijn lichtbronnen die niet door mensen zijn gemaakt. Ze bestaan "van nature". Voorbeelden hiervan zijn:
•Sterren
•De zon (eigenlijk ook een ster)

Kunstmatige lichtbronnen
Deze lichtbronnen zijn wel door mensen gemaakt. We gebruiken ze om licht te creëren waar we dat nodig hebben. Voorbeelden hiervan zijn:
•Lampen
•Je telefoonscherm
•Je televisiescherm

Wat doet licht als het ergens op valt?
Wanneer licht op een voorwerp valt, kunnen er drie dingen gebeuren: het licht kan worden geabsorbeerd, doorgelaten of teruggekaatst.
Licht wordt geabsorbeerd
Als licht wordt geabsorbeerd, wordt het helemaal opgenomen door het voorwerp waar het op valt. Het licht verdwijnt als het ware in het voorwerp en komt er aan de andere kant niet uit. Ook wordt het niet teruggekaatst. Wanneer licht wordt geabsorbeerd, wordt het omgezet in warmte. Donkere voorwerpen absorberen meer licht en worden daarom warmer in de zon dan lichte voorwerpen, die meer licht terugkaatsen.

Licht wordt doorgelaten
Als licht wordt doorgelaten, gaat het dwars door het voorwerp heen. Dit gebeurt vaak bij voorwerpen die doorzichtig zijn. Een goed voorbeeld is glas. Als je door een glazen raam naar buiten kijkt en de zon ziet, weet je dat de lichtstralen van de zon door het glas heen komen.

Licht wordt teruggekaatst
Wanneer licht wordt teruggekaatst, betekent dit dat de lichtstralen die op een voorwerp vallen, weer van dat voorwerp afkaatsen. De invallende lichtstralen komen op het voorwerp en de teruggekaatste lichtstralen gaan weer van het voorwerp weg, aan dezelfde kant als waar ze vandaan kwamen.

Hoe wordt licht teruggekaatst?
Er zijn twee manieren waarop licht kan terugkaatsen: spiegelend en diffuus.
Spiegelende terugkaatsing
Bij spiegelende terugkaatsing wordt het licht op een nette, geordende manier teruggekaatst. Denk aan een spiegel. De lichtstralen die evenwijdig (naast elkaar) op de spiegel vallen, worden ook weer evenwijdig en met dezelfde richting teruggekaatst. De hoek waarmee het licht invalt, is precies hetzelfde als de hoek waarmee het licht terugkaatst. Dit gebeurt op gladde, glimmende oppervlakken.

Diffuse terugkaatsing
Bij diffuse terugkaatsing worden de lichtstralen alle kanten op teruggekaatst, op een ongeordende manier. Dit gebeurt vaak op oppervlakken die niet glad zijn, maar een beetje ruw of onregelmatig. Denk aan een sinaasappel. Een sinaasappel heeft allemaal kleine putjes en bergjes. Als daar licht op valt, wordt het licht niet netjes één kant op teruggekaatst, maar verspreidt het zich alle kanten op.















