Welke kleur draad in huis is de nuldraad en wat is zijn functie?
Leerdoelen
•Je kunt de gevaren van elektriciteit benoemen.
•Je kunt uitleggen welke maatregelen er in huis genomen zijn om het veilig te houden.
•Je kunt uitleggen hoe kortsluiting ontstaat.
•Je kunt uitleggen hoe overbelasting in huis ontstaat.
•Je kunt het verschil tussen geleiders en isolatoren uitleggen.
•Je kunt uitleggen wat dubbele isolatie is.
De gevaren van elektriciteit
Stroomsterkte is de boosdoener als het gaat om gevaar. Zelfs een kleine hoeveelheid stroom kan al ernstige gevolgen hebben. In de tabel hieronder zie je de gevolgen van verschillende hoeveelheden stroomsterkte.
Stroomsterkte (in milliampère) | Gevolg |
|---|---|
1 | Lichte schok voelbaar |
10 | Prikkelende ervaring |
15 | Spiersamentrekking |
15 - 100 | Pijn, bewusteloosheid, moeite met ademhalen |
100 - 500 | Hartproblemen |
Meer dan 1000 (1 ampère) | Brandwonden, levensgevaar |
Elektriciteit in huis: de kabels
In huis heb je verschillende soorten kabels met verschillende kleuren. Elke kleur heeft een eigen functie:
•Blauwe draad (nuldraad): Deze draad zorgt ervoor dat de stroomkring gesloten is. Er staat geen spanning op. Je kunt het zien als de weg terug voor de stroom, nadat het apparaat zijn werk heeft gedaan.

•Bruine draad (fasedraad): Deze draad brengt de stroom naar het apparaat. Er staat 230 volt spanning op, dus deze draad is gevaarlijk.

•Zwarte draad (schakeldraad): Deze draad is verbonden met de schakelaar. Als de schakelaar aan staat, staat er 230 volt op deze draad. Als de schakelaar uit staat, staat er geen spanning op.

•Geelgroene draad (aarddraad): Deze draad zit in apparaten en is verbonden met de aarde. Hij zorgt ervoor dat als er iets mis is met het apparaat, de stroom naar de aarde wordt geleid en jij geen schok krijgt. In je stopcontact zit een metalen pin die verbonden is met de aarddraad.

Problemen met elektriciteit in huis: kortsluiting en overbelasting
Kortsluiting is een gevaarlijke situatie waarbij de stroom een onbedoelde, korte route neemt, waardoor er een enorme stroomsterkte ontstaat, oververhitting kan optreden en brand kan ontstaan. Kortsluiting kan op twee manieren ontstaan:
1.De stroomdraden raken elkaar: Dit kan gebeuren als de isolatie van de draden beschadigd is. De stroom gaat dan niet meer via het apparaat, maar direct van de fase- naar de nuldraad. Dit veroorzaakt een hoge stroomsterkte en kan brand veroorzaken.
2.De weerstand van het apparaat is te laag: Als de weerstand te laag is, stroomt de stroom te snel en kan het apparaat oververhit raken.
Overbelasting ontstaat als er te veel apparaten op één groep zijn aangesloten. Elke groep in je huis kan een bepaalde hoeveelheid stroom aan (meestal 16 ampère). Als je meer stroom gebruikt dan de groep aankan, springt de zekering. Dit is een veiligheidsmaatregel om te voorkomen dat de bedrading oververhit raakt en brand veroorzaakt.
Veilig omgaan met elektriciteit in huis
Geleiders en isolatoren
Om veilig met elektriciteit om te gaan, is het belangrijk om het verschil te kennen tussen geleiders en isolatoren.
Geleiders: Materialen waar stroom goed doorheen kan. Ze hebben een lage weerstand. Voorbeelden zijn metalen (koper, ijzer, staal) en koolstof (grafiet in een potlood).
Isolatoren: Materialen waar stroom niet goed doorheen kan. Ze hebben een hoge weerstand. Voorbeelden zijn plastic, glas, hout, steen en rubber.
Dubbele isolatie
Dubbele isolatie is een extra veiligheidsmaatregel voor apparaten. Het betekent dat zowel de stroomdraden als de buitenkant van het apparaat geïsoleerd zijn. Dit zorgt ervoor dat je geen schok kunt krijgen, zelfs als er iets mis is met de interne bedrading. Je herkent apparaten met dubbele isolatie aan het symbool van een vierkant in een vierkant.













