Leg uit wat een elektromagneet is en hoe deze werkt.
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een elektromagneet is.
•Je kunt uitleggen wat een relais is.
•Je kunt uitleggen wat een transistor is.
Elektromagneten: magneten maken met stroom
Een elektromagneet is eigenlijk heel simpel. Het is een stroomdraad die om een ijzeren kern is gewikkeld:
•Wat gebeurt er? Als er stroom door de draad gaat lopen, wordt de ijzeren kern magnetisch. Je maakt dus je eigen magneet!
•Hoe werkt het? De elektromagneet werkt net als een gewone magneet, met een noord- en een zuidpool. Je kunt er dus andere metalen mee aantrekken.

Relais: schakelen met een elektromagneet
Een relais is een speciaal soort schakelaar die gebruik maakt van een elektromagneet. Een relais bestaat uit twee belangrijke delen:
1.De elektromagneet: Dit is het blokje met een streep erdoor.
2.Een schakelaar: Deze schakelaar kan twee kanten op:
•De maakkant (M): Hier is de stroomkring gesloten.
•De breekkant (B): Hier is de stroomkring onderbroken.
Een relais gebruikt een elektromagneet om een schakelaar te bedienen. Stel je voor dat je een lampje wilt aanzetten met een relais. Je hebt dan eigenlijk twee stroomkringen:
•De stroomkring van de elektromagneet: Deze stroomkring bevat de elektromagneet en een schakelaar.
•De stroomkring van het lampje: Deze stroomkring bevat het lampje en de schakelaar van het relais.
Hoe werkt een relais?
1.Schakelaar open (elektromagneet): Er gaat geen stroom naar de elektromagneet. De schakelaar van het relais blijft op de breekkant (B) staan.
2.Schakelaar dicht (elektromagneet): Er gaat stroom naar de elektromagneet. De elektromagneet wordt magnetisch.
3.Elektromagneet trekt schakelaar aan: De magnetische elektromagneet trekt de schakelaar van het relais naar de maakkant (M). De stroomkring van wordt gesloten.
4.Lampje gaat branden: Er gaat stroom door de stroomkring van het lampje en het lampje gaat branden.

Transistoren: kleine schakelaars met grote impact
Een transistor is een ander soort schakelaar, maar dan een elektronische. Hij heeft drie belangrijke onderdelen: Collector (C), Basis (B) en Emitter (E).
Hoe werkt een transistor?
1.Geen stroom bij de basis (B): De schakelaar is open. Er kan geen stroom lopen van de collector (C) naar de emitter (E). De transistor staat "uit"
2.Wel stroom bij de basis (B): De schakelaar is dicht. Er kan stroom lopen van de collector (C) naar de emitter (E). De transistor staat "aan".
3.Er gaat stroom door de stroomkring, waardoor een apparaat stroom krijgt.














