Leg uit wat criminologie is.
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat criminologie inhoudt.
•Je kunt de rationele keuzetheorie, de aangeleerd gedragstheorie, de anomietheorie, de bindingstheorie, de sociobiologische theorie en de zelfcontrole theorie onderscheiden en uitleggen.
• Je kunt beargumenteren waarom er vaak meerdere theorieën nodig zijn om crimineel gedrag te verklaren.
Wat is criminologie?
Criminologie bestudeerd wie er crimineel wordt en waarom. Het gaat over de psyche en sociale omgeving van individuen die hen ertoe drijft om de wet te overtreden. Verschillende theorieën kunnen crimineel gedrag verklaren:
Rationele keuzetheorie
Volgens de rationele keuzetheorie benaderen mensen mogelijke misdrijven met een kosten-batenanalyse. De gedachte hierachter is vrij eenvoudig: als de voordelen van een misdrijf opwegen tegen de nadelen, zoals mogelijke straffen, dan neigt iemand meer naar het plegen ervan. Deze theorie verklaart waarom het verbeteren van beveiliging met bijvoorbeeld camera’s kan helpen om criminaliteit te verminderen; het verhoogt immers de kansen om gepakt en gestraft te worden.

Aangeleerd gedragstheorie
De aangeleerd gedragstheorie stelt dat criminaliteit meer te maken heeft met de omgeving dan met persoonlijke verschillen. Individuen kunnen crimineel gedrag aanleren door de invloed van bijvoorbeeld vrienden of familie. De essentie is dat de nabijheid tot criminaliteit iemands eigen neiging tot criminele activiteiten kan verhogen.
Anomietheorie
Het gat tussen doelen en de middelen om deze te bereiken is het centrale punt van de anomietheorie. Wanneer iemand niet de legale middelen heeft om een doel te bereiken, kan de neiging ontstaan om naar illegale methoden te grijpen. Dit wordt vaak gezien als een uitleg voor misdaad voortvloeiend uit armoede.
Bindingstheorie
Positieve sociale bindingen zijn volgens de bindingstheorie cruciaal om mensen op het rechte pad te houden. Liefdesrelaties, familiebanden, werk, hobby's, en vriendschappen kunnen functioneren als een moreel kompas dat afwijkend gedrag voorkomt. Dit bevestigt het idee dat hoe sterker en beter de bindingen, des te kleiner de kans op crimineel gedrag.
Sociobiologische theorie
Erfelijkheid speelt een centrale rol volgens de sociobiologische theorie, waarbij biologische aspecten zoals testosteronniveaus worden gelinkt aan criminaliteit. Deze theorie benadrukt echter ook de interactie tussen genetica en de omgeving; biologische factoren kunnen risicovoller zijn in een onveilige of gewelddadige omgeving.
Zelfcontrole theorie
Tot slot benadrukt de zelfcontrole theorie het belang van discipline en emotieregulatie, opgedaan in de kindertijd, om crimineel gedrag te voorkomen. Kinderen die van jongs af aan zelfcontrole leren, zouden later beter in staat zijn verleidingen tot crimineel gedrag te weerstaan.
Wie wordt crimineel?
Het antwoord is complex en vaak is er niet slechts één verklarende factor aan te wijzen. Meerdere theorieën kunnen overlappen en bijdragen aan het begrijpen van crimineel gedrag. Zo zien we bijvoorbeeld dat biologische aspecten zoals testosteron, gecombineerd met een gewelddadige omgeving en het ontbreken van sterke sociale bindingen, een rol spelen in criminaliteitsontwikkeling.













