In een van de eerste zinnen die in de Panegyricus volgen op tekst 4, zegt Plinius over keizer Trajanus:
Nergens moeten wij hem vleien als een god of een goddelijk wezen.
Op grond van enkele opmerkingen die Plinius maakt in tekst 4, kan beweerd worden dat Plinius zichzelf niet gehouden heeft aan zijn eigen advies "Nergens moeten wij hem vleien als een god of een goddelijk wezen."
