"overgangen" In de drie gedeelten waarin de regels 2-20 (Itaque t/m profundebat) zijn in te delen, spreekt Plinius telkens eerst over Trajanus en dan over Domitianus.
Bij de overgang van Trajanus naar Domitianus gebruikt Plinius in elk gedeelte een ander woord om aan te geven dat er een tegenstelling bestaat tussen beide keizers.
\begin{itemize} \item[b] Citeer uit elk van de drie gedeelten het desbetreffende Latijnse woord.
"stijlfiguren" In het korte tekstgedeelte aditus t/m relucebat (regel 3-4) gebruikt Plinius een groot aantal stilistische middelen.
\item[c] Noteer de namen van twee verschillende van deze stilistische middelen.
\end{itemize}
Regel 23-24 reformet et corrigat In het vervolg (t/m regel 28 tutum est) wordt hiervan een voorbeeld genoemd.
