In een van zijn brieven schrijft Plinius over de Panegyricus onder meer het volgende:
Als nu tenminste nog op indeling, overgangen en stijlfiguren tegelijk werd gelet. Want briljante ingevingen en adembenemende wendingen, die vind je ook wel eens bij barbaren, maar een sluitende compositie en gevarieerde figuren zijn uitsluitend aan geschoolde schrijvers voorbehouden.
"indeling" De regels 2-20 (Itaque t/m profundebat) zijn in te delen in drie gedeelten, waarin Plinius telkens eerst over Trajanus en dan over Domitianus spreekt.
