Wat is het geocentrische wereldbeeld en waarom paste dit bij het christelijke idee van goddelijke schepping?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe een nieuw wereldbeeld ontstond.
•Je kunt de nieuwe wetenschappelijke methodes benoemen en toelichten.
•Je kunt voorbeelden geven van de toepassing van nieuwe wetenschappelijke kennis in de praktijk.
•Je kunt de belangrijkste gevolgen van de wetenschappelijke revolutie benoemen en toelichten.
Kenmerkend aspect
•De wetenschappelijke revolutie
Een nieuw wereldbeeld
Er bestond in deze periode een geocentrisch wereldbeeld dat gebaseerd was op de ideeën van Aristoteles. Dit wereldbeeld hield in dat de aarde het stilstaande middelpunt van het heelal was en dit paste ook bij het christelijke idee van goddelijke schepping. Het geocentrische wereldbeeld kwam echter steeds meer ter discussie te staan door onder andere Copernicus en Galileo Galilei. Copernicus kwam met het idee dat juist de zon het middelpunt was en de aarde en andere planeten hier omheen draaiden (heliocentrisme). Na de dood van Copernicus wist Galileo Galilei dit wereldbeeld te bevestigen aan de hand van berekeningen en nieuwe waarnemingen met de telescoop. Zo veranderde het geocentrisme in het heliocentrisme.

Nieuwe wetenschappelijke methodes
Rationalisme:
•Gebruiken van verstand (ratio) en logica
Bijvoorbeeld: natuurkundige en wiskundige berekeningen
Empirisme:
•Conclusies trekken op basis van eigen waarnemingen en experimenten
Bijvoorbeeld: biologische en scheikundige practica
Een nieuw beeld van God
Men ging over op het deïsme, het mechanistische wereldbeeld. God werd hierbij gezien als een horlogemaker: hij creëerde het horloge (de aarde) en liet het daarna zelfstandig verder tikken zonder in te grijpen. In deze periode formuleerde Isaac Newton de wetten van de beweging en de zwaartekracht. Hij gaf hiermee een wiskundige verklaring voor de aantrekkingskracht die voorwerpen naar de aarde trekt. Zo begon men de natuur steeds meer te zien als een machine die door God in elkaar is gezet, waarbij natuurverschijnselen niet langer als directe ingrepen van God werden gezien, maar verklaard konden worden aan de hand van natuurwetten.
Wetenschap en technologie
In Frankrijk en Engeland werden door de overheid diverse academies opgericht, zoals de Royal Society (1660) en de Académie des sciences (1666). Dit waren wetenschappelijke organisaties waar wetenschappers ideeën konden uitwisselen en samenwerken. Dit leidde tot nieuwe ontwikkelingen op het gebied van technologie. Denk bijvoorbeeld aan de telescoop, microscoop, meetinstrumenten, zeekaarten, het slingeruurwerk van Christiaan Huygens en verbeterde berekeningen voor de baan van kanonskogels. De bloei van de wetenschap en technologie zorgde voor groot optimisme onder de Europeanen; zij waren trots op hun prestaties. Daarnaast vergemakkelijkte en versterkte de wetenschappelijke en technologische vooruitgang de Europese overheersing over andere delen van de wereld.














